Toeren: Van de Noordzee tot het Drielandenpunt.

Het stralende en verrassend warme lenteweer van de afgelopen dagen, is ideaal voor een eerste lange rit. Waarom er geen weekend van maken en de Belgisch-Nederlandse grens volgen? Van Cadzand in het uiterste westen tot en met het Drielandenpunt. Chris Wouters deed het alvast vorig voorjaar. Veel leesplezier!

Tekst en foto’s: Chris Wouters

 

AANLOOPROUTE

Vertrekpunt is Cadzand, rustige badplaats waar ze bij ons in Vlaanderen qua urbanisatie een puntje aan kunnen zuigen. Omdat motorrijders niet van rechte lijnen houden en autostrades vervelend zijn, kies ik voor het eenzame landschap van de Zeeuwse polders als decor voor mijn aanlooproute. Tussen de havensilhouetten van Terneuzen en Antwerpen rij ik langs kleine landweggetjes waar hazen, patrijzen en jagende katten het voor het zeggen hebben.  Ik laat de schimmige torens van Doel achter en rij het godvergeten Wilmarsdonk binnen. Het enige dorp dat nog niet is opgeslokt door de Antwerpse havenindustrie. Vroeger was deze streek notoir smokkelgebied. Aan de toog van het ‘Gemeentehuis’, de dorpskroeg van Zuiddorpe, zal vroeger wel menig kilootje boter verkocht zijn geweest. Nu drinkt een eenzame gepensioneerde er een biertje.

Jammer van de regen die de mooie panorama’s op de scheldemonding verbergt. Wanneer ik ‘ s avonds, na uren miezerige motregen de parking van mijn hotel oprij en de zon schuchter doorbreekt over de Noordzee lijkt het wel of de dag nu pas begint. De leigrijze zee glijdt onder de koperen lucht van Cadzand. De mensen komen naar buiten, Duitsers vooral. Met hondjes. Grote, kleine, luide, stille, snelle, trage honden en hondjes. Het lijkt wel of het lokale hondenasiel de deuren wagenwijd heeft open gezet. Schepen glijden in de verte voorbij terwijl kinderen eindelijk op zoek kunnen gaan naar schelpjes

.

DEN BAAS EN ZIJN MADAM

De ochtend voorspelt een grijs begin, maar weervrouw Sabine sprak over “zonnige periodes”, dus wie weet? Ik kan niet eeuwig blijven zitten aan het superlekkere ontbijt en vertrek dan maar in de regen, de smokkelstreek tussen Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen in. Wanneer je de landschappen van Brel wil zien, ben je hier, in Sint- Jan- in-Eremo op de juiste plek: de schuinhangende bomen die al seizoenenlang vechten tegen de niet aflatende wind, de bruine akkers en de jagende luchten. Vlaamser kan Vlaanderen niet zijn. Net zoals het dorpsplein van Watervliet, nog niet omgevormd tot parkeerplaats, maar een vierkant plein waarrond kerk, café, dorsphuis en gemeentehuis zich broederlijk verenigen.

Op weg naar Wolphaartsdijk ontdek ik, ergens verscholen tussen de vele campings, een mooi monument dat de tomeloze golven van de watersnoodramp van 1953 herdenkt. Verderop, in de grote jachthaven stuit ik op een geweldige kroeg. Bij ‘Den Baas en Zijn Madam’ kan je een onuitputtelijke lijst aan Belgische bieren ontdekken. Zeeuwen zijn niet voor niks halve Vlamingen. Wat verder kronkelt de route bovenop op een dijk, met de molens van Wemeldinge in de verte, voorbij het wat grotere Goes. Het is hier mooi wonen denk ik. Het golfterrein, perfect geïntegreerd in de natuur aan de ene kant van de dijk en prachtige huizen aan de andere kant. Niet veel verder, een volgend haventje, dat van Yerseke, waar net een visserssloep aanmeert, een zwerm meeuwen als warrelende staart. De oesterbanken liggen vlakbij de oude haven en ik denk dat er niet veel plekken zijn waar je deze lekkernij verser kan slurpen dan hier.

 

DRIE BULTEN

Bij Jack Boone in Rilland is het dan weer leuk koffieslurpen. Jack is de baas van ‘De Knalpot’, een droomplek voor wie van oude en minder oude BMW-motoren houdt. Onder het genot van een gratis kopje koffie vertelt Jack je alles over al het moois dat in zijn winkel staat.

De koffie heeft me opgewarmd en ik ben helemaal klaar voor de rit over de winderige Oesterdam, een kilometerslange brede dijk, waar ik eindelijk eens het gas kan opendraaien en  die als het ware dwars door het water is aangelegd. Prachtige kilometers tot in Tholen. Ik zet mijn motor stil op het marktplein. Kinderen spelen er rond de eeuwenoude waterpomp onder de takken van de – nu nog - kale kastanjebomen.

Tholen en Bergen op Zoom, waar het nu naartoe gaat, vormen zo een beetje de grens tussen Zeeland en Brabant. Het landschap verandert drastisch eens ik Bergen op Zoom voorbij ben. De uitgestrekte akkers en polders maken plaats voor bossen en heide, onze Kalmthoutse Heide is dan ook niet veraf.  De streek van de ‘drie bulten’ de drie uitstulpingen die de landsgrens vormen tussen België en Nederland is vooral bekend om zijn aspergeteelt. Het frêle gewas ligt nu nog beschermt onder grote plastic zeilen die, in de wind, wel op golvende waterpartijen lijken.

 

DODENDRAAD

Grenspalen vind je in deze streek amper, maar telkens ik weer zo’n bult in en uit rij, laat het gebrek aan kwaliteit van het wegdek me telkens weer weten wanneer ik terug Vlaanderen binnenkom. Helemaal ingewikkeld is het natuurlijk in Baarle-Hertog, die bizarre Vlaamse exclave in Nederland. Buiten dit bijzondere geschiedkundige gegeven heeft de dorpskern niet veel te bieden. Of het moesten de superlekkere pannenkoeken zijn die ik in de schaduw van de dorpskerk krijg voorgeschoteld. Van hier gaat het richting Meerle, een heel mooi stukje van de rit van vandaag. De streek wordt steeds minder bewoond, en wie zegt dat Vlaanderen is volgebouwd mag hier maar eens zijn mening komen herzien.  

“Verboden voor onbevoegden” staat er aan de abdij van Maria Toevlucht in Schijf, vlakbij de zoveelste grensovergang. Ik had echt gedacht dat de paters gastvrijer zouden, niet dus  Aan de  grens stuit ik op de ‘Dodendraad’. Deze elektrische afsluiting tussen het bezette België en het neutrale Nederland ten tijde van WOI is hier, vlakbij Achel, deels gerestaureerd. Ik moet dringend plassen, maar iets doet me toch besluiten om een plekje ver van de draad te kiezen…

Ik heb er vandaag bijna 330 kilometer kleine wegen opzitten en de laatste kilometers gaan dan nog over kinderkopjes die de charmante dorpjes in dit afgesloten stukje Nederland met elkaar verbinden. Thorn, het witte dorp, is mijn eindbestemming voor vandaag. De straten lijken wel uitgestorven. “Er komt geen kip buiten na zessen” zegt de mevrouw van Allegro, het fijne restaurant vlakbij mijn B&B. Komt goed uit, want een dagje kronkelen heeft me bekaf gemaakt en zo kan ik vroeg op stok.

 

 

ALAAF

Tijdens het ontbijt wordt er Limburgs gepraat, ik versta er niks van. De dorpsnamen zijn ook ‘tweetalig’  Zo zie ik , wanneer ik Thorn uitrij langs de autoweg die de twee Maasoevers met elkaar verbindt, dat het in het Limburgs ‘Thoar’ is. De Maas is hier op zijn breedst en rivierboten die zo groot zijn dat ze bijna voor zeeschepen kunnen doorgaan, worden verder

de Maas op gesluisd. Nederland is hier dan weer ‘letterlijk ‘ op zijn smalst : een enge strook, geprangd tussen de Belgische en Duitse grens. De Maasvallei is meer dan de Maas alleen. Het is hier opvallend waterrijk en watervogels vliegen heel de tijd verschrikt op om even later lijnen te trekken op het rimpelloze water van de vele plassen.

Het zijn mooie dorpjes die ik langs de Maasoever passeer. Zo is er Elsoo met zijn kasseienstraatjes en zijn mooie, tot luxerestaurant omgebouwde waterkasteel. Overal hangt maretak in de bomen, ensamen met de nevel en de contouren van het kasteel krijgt het hele tafereel een middeleeuws karakter. Op naar Umond, een voorschoot groot, maar wel met twee kerken, een katholieke en een protestantse,  een fanfare en een carnavalsvereniging. Dit is niet voor niets Toon Hermans land waar het ‘Alaaf’ soms heel luid klinkt.

 

MOOI HEUVELLAND

Om de drukte rond Maastricht te mijden neem ik even de autoweg tot in Valkenburg, en rij  dan één van de mooiste stukjes van de rit. De kronkelweg die voorbij mooie kastelen en dorpen met aparte namen leidt, heeft nog wat restanten van de drukte van de stad, maar eens de Gulp overgestoken kom ik in een werkelijk prachtig gebied: het Heuvelland strekt zich uit  over de drie landen,  Nu in het laagseizoen is het hier zeer aangenaam rijden, maar ik ben er zeker van dat mijn laatste kilometers op weg naar mijn einddoel, tijdens mooie weekends, overspoeld worden door fietsers en motorrijders die, op zoek naar het hoogste punt van Nederland, de wegen van de Amstel Gold Race willen uitproberen. Het is hier dan ook geweldig mooi. Panorama’s in alle tinten groen, zalig bochtenwerk, goed asfalt en veel terrasjes. Top!  Ik rij dan ook sneller dan gewild Vaals binnen op zoek naar het befaamde Drielandenpunt. Om de drukte van Nederlandse en Duitse toeristen, ijskarren en speeltuintjes  te vermijden, rij ik eerst België binnen, naar Gelmenich om daar de aanwijzingen naar het drielandenpunt te volgen. Als beloning krijg ik een mooie beklimming tot aan een parking vlakbij mijn einddoel: de weinig tot de verbeelding sprekende grenspaal die het punt waar de drie landen mekaar raken, aanduidt. Zoals dikwijls is de reis aangenamer gebleken dan de bestemming…

 

 

 

 

L

Facebook comments