Off-roadrit langs de slagvelden van Waterloo

Op 19 en 20 juni van dit jaar speelden,  vijfduizend figuranten, driehonderd paarden en honderd stukken artilleriegeschut de Slag bij Waterloo na. Tweehonderd jaar na één van de beroemdste én belangrijkste veldslagen uit de geschiedenis trokken we er op noppenbanden op uit om het strijdperk te verkennen. En we deden er meteen een tweehonderd kilometer lang modderrondje rond Brussel bovenop.

 

Marc Ponnet is niet alleen motorliefhebber in hart en nieren en voorzitter van Codegroen dat voor een verantwoord gebruik van de onverharde wegen pleit, de Baardegemnaar is ook uitermate geïnteresseerd in de Slag bij Waterloo en las er al verschillende boeken over. Dus toen hij mij na het interview over Codegroen dat in de M&T van maart verscheen meldde dat hij een off-road motorrit van bij hem thuis naar de slagvelden van Waterloo op punt had gezet, kon ik niet anders dan overschakelen naar de ‘popel-popel-popel’ modus.

 

De avond voor de dag waarop we de reportage zullen inblikken zit ik nog wat opzoekingswerk over de slag te doen en wordt het mij duidelijk dat de weersomstandigheden een belangrijke rol hebben gespeeld in de afloop van de militaire confrontatie. Het regende op 18 juni 1815 de hele dag onophoudelijk waardoor de Waals-Brabantse ondergrond er heel sompig bij lag en Napoleon twee van zijn belangrijkste wapens niet maximaal kon inzetten. Door de drassige ondergrond miste één van de charges te paard zijn effect compleet, in plaats van keihard in te beuken op de rangen van de geallieerden geraakten de paarden met moeite vooruit in de bagger. En de metalen projectielen die de kanonnen van Napoleon afschoten stuiterden niet over het slagveld, maar boorden zich meteen in de modder waardoor ook die wapenkracht niet uit de verf kwam. Terwijl ik die leuke wetenswaardigheden in me opneem hoor ik buiten de regen met bakken tegelijk uit de lucht vallen. Hopelijk wordt de rit van morgen ook voor mij geen Waterloo…

 

Three of a kind

 

Marc Ponnet is een volbloed liefhebber van off-road motorrijden, maar dan wel op een verantwoorde manier. Dus niet met een bende cowboys op een zondagochtend drie keer hetzelfde bos omploegen, maar zo goed als mogelijk binnen het wettelijk kader met een klein vriendengroepje op stille motoren van de onverharde paden genieten: dat is waar enduro rijden voor hem voor staat. Vandaar dat ik er bij Husqvarna heb op aangedrongen om mij de FE 450 met standaard, stille uitlaat uit te lenen zodat ik qua geluidsvolume de KTM Freeride 350’s van Marc en zijn partner-in-crime Johan Van Hoover niet overstem. We rijden de 220 kilometer lange rit op een dinsdag en zullen de hele dag bijna niemand op ons pad treffen. De lucht is dreigend, net zoals de ondergrond. Na weken van droogte heeft het vannacht lang en hard geregend, maar het regenwater is er nog niet in geslaagd om in de keihard uitgedroogde ondergrond door te dringen. Het resultaat zijn diepe plassen en een dun, spekglad modderlaagje. Nog een geluk dat de Husqvarna een stuk toegankelijker en vriendelijker blijkt dan verwacht (zie kaderstuk) of ik had hier al een paar keer voor decorstuk kunnen spelen. Marc rijdt voorop, ik volg en Johan sluit de rij. We treuzelen niet, al blijft er genoeg tijd om te genieten van de omgeving. Een omgeving die barst van het lentegroen, maar de lucht er boven blijft vijftig tinten grijs tonen.

 

Geen brug te ver

 

Soms over brede gravelpaden, dan weer over glibberige modderbaantjes glijden we door het Pajottenland. We rijden in boogjes om de dorpskernen, al merk ik van onder de klep van mijn crosshelm wel af en toe een dorpsnaambordje op. Mazenzele en Mollem passeren de revue. In Brussegem zien we links héél erg in de verte de metershoge vlammen bovenop de schouwen van de olieraffinaderijen in het Antwerpse havengebied, een handvol kilometers verder krijgen we in Kobbegem rechts van ons een mooi uitzicht over de Brusselse skyline. Nu ja, skyline. Vergeleken met wat je in Amerikaanse steden te zien krijgt is het peanuts, al blijven de basiliek van Koekelberg en het atomium fraaie bakens aan de einder. Brussel is vlakbij, maar dat zou je niet zeggen want de Brusselse rand kleurt donkergroen. Net voorbij Grimbergen komen we aan de Verbrande Brug in het gelijknamige gehucht. De brug overspant het kanaal dat Brussel met de Schelde in Boom verbindt en aangezien we straks nog een flink verhaal over oorlog gaan schrijven mag er hier ook al een oorlogsweetje bij. De Verbrande Brug dankt haar naam immers aan het feit dat ze in 1577 door het Spaans garnizoen in de fik werd gestoken. Ook in de Eerste Wereldoorlog speelde de brug een rol en goed tien jaar geleden kwam de Verbrande Brug nogmaals in het nieuws toen de kabels die het wegdek optillen om de schepen door te laten knapten en heel het gevaarte in het water donderde.

 

Hulde in Huldenberg

 

Niet alleen de scheepvaart is belangrijk voor de Brusselse economie, ook de luchthaven van Zaventem is economisch van groot belang. Ten noorden van Vilvoorde vorderen we richting Steenokkerzeel waar we pal onder de aanvliegroute belanden. Fotograaf Philippe is met zijn terreinwagen al ter plaatse, maar veel foto’s van enduristen en vliegtuigen zitten er niet in. Gelukkig is de eerste passage meteen goed voor de foto want in de komende minuten komt er geen enkel vliegtuig nog van over Steenokkerzeel aanvliegen. “Vreemd, anders heb je hier zeker om de vijf minuten een vliegtuig boven je hoofd”, meldt Marc terwijl we eventjes wachten op zo’n volgende luchtreus. Tot we in het snotje krijgen dat de wind inmiddels van richting is veranderd en fors aangetrokken zodat de vliegtuigen een andere aanvliegroute gebruiken. Die verandering van windrichting en windkracht heeft niet alleen gevolgen voor het luchtverkeer, ook wij zullen snel de gevolgen aan den lijve kunnen voelen. Werden we deze ochtend nog gespaard van buien, dan krijgen we vanaf Kortenberg de volle laag. Snoeiharde wind zorgt er voor dat de regendruppels als een geseling aanvoelen en in de open kouters vinden we geen enkele beschutting. Schuilen heeft geen zin want er is simpelweg niks om beschutting achter te zoeken. Recht op de motor staan op de glibberigste off-road stukken lukt nog amper omdat de wind te hard op ons inbeukt, blijven zitten is ook geen optie van want dan is de stabiliteit van de motor zoek. Tegelijk wordt de route wat uitdagender want tussen Tervuren en Leefdaal krijgen we toch al wat meer niveauverschillen in het landschap. Hulde trouwens aan de brasserie-uitbater in Huldenberg die ons binnen laat voor de lunch, gezien ons voorkomen was het begrijpelijk geweest had hij ons de toegang tot zijn etablissement had verboden. En misschien moeten we de poetsdame of poetsheer die na onze lunch de brasserie mocht dweilen nog wel meer bedanken…

 

Waterloo = Water + L’eau

 

Na de korte lunch steken we in de stromende regen de grens van Vlaams- en Waals-Brabant over. Tussen Waver en Rixensart kan je echt al van hoogtemeters spreken, wie dit stuk van de route met zijn mountainbike wil afleggen zal over een stel getrainde kuiten moeten beschikken. Stilaan komt ook het doel van onze rit in zicht: Waterloo. Aan de achterkant van het golfterrein van Waterloo krijgen we voor de eerste keer zicht op de beroemde Leeuw van Waterloo, het uithangbord bij uitstek van deze verder heel landelijke streek. De 28 ton zware gietijzeren leeuw staat op een sokkel van 4,5 meter die op zijn beurt op een veertig meter hoge heuvel rust, een puist waarvoor een kleine driehonderdduizend kubieke meter grond nodig was. De leeuw is van de hand van de Mechelse beeldhouwer Jean-Louis Van Geel en het monument staat op de plaats waar de Prins van Oranje tijdens de slag bij Waterloo gewond werd. Aan het hele monument werd van 1823 tot 1826 gewerkt, al vond Arthur Wellesley het standbeeld maar niks. Volgens Wellesley paste de kunstmatige heuvel niet in de omgeving en als ik hier zo sta kan ik de man eigenlijk geen ongelijk geven. Zo ver je kan zien kijk je in alle windrichtingen uit over glooiende akkers en weiden, met één veertig meter hoge kegel met daarop een leeuw als ietwat vreemde stoorzender.

 

Een streepje geschiedenis

 

Zegt de naam Arthur Wellesley u niks, dan hoeft u zich daarvoor niet te schamen want de man is beter bekend als ‘Wellington’ omdat hij de eerste hertog van Wellington was. En die Wellington was als bevelhebber van het Britse leger één van de sleutelfiguren in de Slag bij Waterloo. Dat zit namelijk zo. In 1799 was een zekere Napoleon Bonaparte via een staatsgreep aan de macht gekomen in Frankrijk en nam de Kleine Generaal stormenderhand een groot stuk van Europa in. Tot hij in 1812 in Rusland gruwelijk tegen de lamp liep en het verzwakte Franse keizerrijk door een coalitie van tegenstanders werd aangevallen. Napoleon werd verbannen naar het Italiaanse eiland Elba waar hij evenwel kon ontsnappen om op 1 maart 1815 in Juan-les-Pïns opnieuw voet op Franse bodem te zetten. De Franse koning Leopold XVIII zag de terugkeer van Napoleon uiteraard niet zitten, maar het volk had genoeg van het terreurregime van Leopold XVIII en ook bij de militairen was Napoleon nog altijd graag gezien. De troepen die Leopold XVIII naar Zuid-Frankrijk stuurde om Napoleon te arresteren sloten zich allemaal bij Napoleon aan, Leopold vluchtte naar Gent en Napoleon kon zonder slag of stoot in Parijs opnieuw de macht over Frankrijk opnemen. Groot-Brittannië, Pruisen, Oostenrijk en Rusland zagen de bui al hangen en sloegen de handen in mekaar om Napoleon definitief op zijn plaats te zetten. Ze mobiliseerden samen een groot leger met als doel Frankrijk binnen te vallen om Napoleon uit te schakelen. Die vond de actie beter dan de reactie en trok zelf met zijn leger vooruit en stak op 14 juni nabij Hestrud de Franse grens over. Napoleon marcheerde met 125.000 man naar Waterloo terwijl de geallieerden een leger van 210.000 soldaten op de been hadden gebracht. De gigantische veldslag nabij Waterloo was in volle voorbereiding…

 

Rit met een verhaal

 

“Hier in deze geul in het landschap hielden de Pruisen zich verborgen om op het belangrijkste moment van de strijd aan te vallen.” “Deze boerderij speelde een strategische rol in de veldslag omdat de Fransen er te veel energie in staken en daardoor de échte veldslag uit het oog verloren.” “Vlak achter deze glooiing liet Napoleon een uitkijktoren bouwen om van daarop de slag te volgen.” Op elk kruispunt van twee veldwegels weet Marc wel een verhaal uit de Slag bij Waterloo te vertellen, leuke extraatjes bij een mooie rit in een fantastisch decor. Al kan ik me voorstellen dat het hier tweehonderd jaar geleden beslist geen pleziertocht moet zijn geweest. En nu is het hier zo vredig en rustig. De kleine vallei waarin de Pruisen zich verschanst hadden doet op de ene of de andere manier Toscaans aan met een slingerend gravelpad door een weidse glooiing. Mochten ze hier een Waals-Brabantse versie van de schitterende wielerkoers ‘Strade Bianchi’ willen organiseren, het zou zo maar kunnen. Langs de hoeve van Hougoumont die in volle restauratie is, het huis waar Napoleon zijn hoofdkwartier had ingericht en L’aigle Blessé, een monument dat hulde brengt aan de laatste troepen die Napoleon bij zijn aftocht na de faliekant afgelopen dag beschermden, rijden we kriskras door het slagveld. Opvallend is dat zowel winnaars als verliezers hier op erkenning kunnen rekenen via monumenten allerhande want al kort na de veldslag vonden de verschillende nazaten van de strijdende partijen in Waterloo voldoende redenen om het tot een gedenkplaats uit te roepen. De overwinnaars zagen in Waterloo een symbool van de Europese solidariteit en van de overwinning van de monarchie, de bevestiging van de klassieke bestuursvorm met een beslissende klasse en een bevolking die alles ondergaat. Nostalgische Bonaparte getrouwen die teleurgesteld waren in het bewind van Lodewijk de achttiende beschouwden Waterloo als een plek waar hun liberale toekomstdroom uiteen spatte, vandaar hun inspanningen om ook de gesneuvelde Franse soldaten die voor deze vrijheid streden te herdenken. Door de aandacht van al die erfgenamen groeide Waterloo al snel uit tot een toeristische trekpleister die in 1914 voor de eeuwigheid bleef gevrijwaard toen een zone van vijfhonderd hectare geklasseerd werd.

 

Richting Sint-Genesius-Rode zetten we onze lus rond Brussel verder. Terug in Vlaams-Brabant moeten we vaker grote steenwegen dwarsen, al blijven de onverharde stukken leuk om te rijden. Sommige stukken verhard zijn echter linkere soep dan de onverharde delen, zo is Marc er in geslaagd om in de buurt van Sint-Genesius-Rode de slechtste kasseiweg van West-Europa te vinden. De stenen liggen er schots en scheef in gegooid, het berijdbare stuk is smal en vettig door rottende bladeren. Zelfs met noppenbanden vind je hier amper grip, ver genoeg voor je uit kijken en héél soepel sturen is het devies. Richting Gaasbeek en Sint-Martens-Lennik komen we terug in het Pajottenland, de regio waar de lekkerste geuze van de hele wereld wordt gebrouwen en grote vierkanthoeves op de kasseien binnenkoeren steevast een rustende hond hebben. Eens we de E40 in Ternat gedwarst hebben komt het einde van de rit in zicht en hoewel ik vandaag driehonderd procent genoten heb, vind ik het niet erg. Ik voel dat mijn energievoorraad sneller slinkt dan de brandstofreserve in de tank van mijn Husqvarna en de verminderende concentratie zorgt er voor dat ik wat meer stuurfoutjes begin te maken. Het is dan ook opgelucht dat ik het plaatsnaambordje Baardegem voorbij rij. Onze veldslag zit er op en deze keer waren er geen verliezers, alleen maar winnaars!

 

 

Tekst: Bart De Schampheleire

Foto’s: Philippe Buissin – Imagellan

Facebook comments