Roadbook: De Palingroute

Na twee flinke zomeretappes langs trappistenabdijen blijven we voor de vijfde etappe van onze Roadbook Rally binnen één provincie. Toch valt er tussen Oudenaarde en Sas van Gent ruim tweehonderd kilometer soldaat te maken en driekwart van de tijd rijden we op kleine eenvaksweggetjes. Weer een rit om duimen en vingers bij af te likken dus en als je onderweg een portie paling, een busseltje waterkers en een kruik jenever scoort heb je de volgende dag weer iets om duimen en vingers bij af te likken…

 

Tekst: Bart De Schampheleire

Route: Wim Depraetere

Foto’s: Imagellan – Philippe Buissin, Jochen Scheire

 

Bij het begin van de grote zomervakantie sputtert het weer wat tegen en ook de MV Agusta heeft me deze ochtend al eens zijn nukken getoond zodat ik met het humeur van een donderwolk in Oudenaarde arriveer. Ik heb met routebouwer Wim en fotograaf Philippe afgesproken op het terras van café Carillon op de hoek van de Oudenaardse Markt, zo ongeveer het bekendste motorcafé van de Vlaamse Ardennen dat zichzelf ook met trots het oudste ‘bruin café’ van Oudenaarde noemt. Hoewel er nog wat fijne nattigheid naar beneden dwarrelt drinken we onze koffie toch op het terras want met de temperatuur zit het wel snor, hopelijk trekken de grijze wolken straks weg. De route start trouwens niet op de Markt zelf, maar een paar straten verder aan de Margaretha van Parmastraat. Die kasseiweg loopt vlak langs de Schelde en van op de linkeroever heb je een prachtig zicht op de Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk die op de rechteroever staat. Op die rechteroever stichtte de heer van Pamele rond 1100 een stadje (Pamele dus) dat in de zestiende eeuw bij Oudenaarde werd gevoegd. Met de bouw van de vroeggotische kerk werd in 1234 begonnen en pas dertig jaar later was het bouwwerk dat opgetrokken is in Doornikse kalksteen klaar. In de zestiende eeuw werd de Pamelekerk uitgebreid met twee kapellen die gebouwd werden met Balegemse zandsteen. Onthoud die dorpsnaam trouwens, Balegem zal nog een lekkere rol speel in dit verhaal.

 

Groenstraat

Een bord op de borstwering van de Scheldekaai vraagt om het motorlawaai na valavond te beperken, maar aangezien het half tien in de ochtend is vegen we vierkant ons voeten aan dat verzoek en starten de motoren. Een beschaafde BMW zescilinder, een BMW boxer met een veel te luide after market einddemper en een Italiaanse viercilinder die heel enthousiast uit zijn twee pijpen staat te blazen: qua soundtrack zit het voor vandaag in ieder geval snor. Via het recreatiedomein De Donk rijden we Oudenaarde buiten in de richting van Elsegem en Wortegem-Petegem. Als een akker vol rijpend koren uitnodigt tot een eerste fotostop merk ik dat we op de hoek van de Groenstraat staan. “Moet lukken”, bedenk ik bij mezelf, “we maken een route rond paling in het groen en het eerste straatnaambordje dat me opvalt is dat van de Groenstraat. Daar moet ik in mijn verhaal iets mee doen.” Waarmee de titel meteen ook verklaard is. Op dit moment van de rit twijfel ik evenwel nog want ook ‘Paling in het grijs’ komt in aanmerking als mogelijke titel voor het artikel. Door de laaghangende wolken en de motregen ligt deze uitloper van de Vlaamse Ardennen er wat triestig en grijs bij. Ook de kasseien van Nokereberg liggen er door de motregen nog verraderlijk glad bij, maar als we de helling richting West-Vlaanderen afdalen duikt er plots een kunstige streep kleur op in het landschap. Links van het stuurweggetje ligt achter een veelkleurig hek SONS-museum wat voluit staat voor ‘Shoes Or No Shoes’. Aangezien het museum vrij vroeg op de route ligt en het enkel op dinsdag-, donderdag- en zaterdagnamiddag van 13.30 tot 17.30 uur geopend is wordt het lastig om de Roadbook Rally 5 te combineren met een bezoek aan dit unieke museum. Maar doe vrouwlief en uzelf een plezier door een extra motorritje richting Kruishoutem in te plannen want Shoes Or No Shoes is om meerdere redenen uniek. In de eerste plaats is er het fantastische gebouw dat architect Christiaan Vander Plaetse en ontwerper Lode Uytterschaut in 1973 uit hun pennen schudden. Uniek is dat het gebouw volledig met lood werd bekleed waardoor afhankelijk van het zonlicht de kleur van het museum doorheen de dag constant verandert. Daarnaast heeft ook de tijd zijn invloed op het lood waardoor het bouwwerk er in de loop der jaren steeds anders zal gaan uitzien. Binnen krijg je een bijzondere mix van hedendaagse kunst en een indrukwekkende schoenencollectie te zien. Niet alleen de geschiedenis van de schoen wordt er getoond, je komt ook te weten hoe verschillende etnische groepen tegenover het fenomeen ‘schoen’ staan. Kortom, beslist een museum dat zijn tien euro entreegeld waard is.

 

Lozer. Niet loser

De helling die de Vlaamse Ardennen richting West-Vlaanderen (Waregem, Deerlijk en co) afbakent biedt een mooi uitzicht over de vlakke ‘West-Vlaonders’, al sturen we meteen weer richting Vlaamse Ardennen. Via Kruishoutem (de plek bij uitstek om een omeletje te bestellen want Kruishoutem is het ei-centrum van Vlaanderen) rijden we naar Gavere waarbij we in het gehucht Lozer aan het schitterende Lozerbos passeren. Schitterend omdat het bos dankzij de zandbodem het hele jaar door bruikbaar is voor diverse vormen van recreatie. Wandelen, fietsen, paardrijden of picknicken: het kan hier 365 dagen per jaar en met dank aan de dichte bebossing is het ’s winters in het bos altijd een paar graden warmer dan in de weidse omgeving. Vanaf Gavere begint het landschap alweer wat meer te golven en via Dikkelvenne belanden we in Meilegem weer naast de Schelde. Honderd procent correct is dat laatste evenwel niet want we rijden niet langs de ‘moderne’ Schelde, maar wel langs een paar oude rivierarmen waarvan de oevers inmiddels door vissers zijn ingepalmd. Je rijdt hier door een explosie van groen, logisch dus dat het Oost-Vlaams provinciebestuur in De Kaaihoeve een natuureducatief centrum onderbracht. Een adresje om te onthouden als je tijdens de zomervakantie met kinderen en/of kleinkinderen een leuk én leerrijk dagje in de natuur wil beleven.

 

Linke linker

Opgelet bij de doortocht van Meilegem. Uiteraard geldt hier vijftig kilometer per uur als maximum en het is –zeker op een natte dag- goed om u daaraan te houden want één of andere verkeersexpert is op het lumineuze idee gekomen om in een lange linker bocht haaks op de weg witte markeringen als snelheidsremmers aan te brengen. Een paar kilometer verder draai je richting Scheldewindeke de indrukwekkende kasseistrook van De Lange Munte op en hoewel we de kasseiweg al na een paar honderd meter verlaten om rechts af te slaan richting Dikkele, raden we u om twee redenen aan om hier eventjes halt te houden. Ten eerste omwille van het uitzicht want voor u ligt een indrukwekkende kouter die tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst deed als vliegveld. Het vliegveld van Scheldewindeke werd na de Eerste Wereldoorlog nog maar één keer gebruikt en wel tijdens … de Tweede Wereldoorlog toen op 21 mei 1940 een Duitse bommenwerper er een crashlanding maakte. De tweede reden waarom u hier even halt moet houden is om de kasseiweg zelf eventjes van naderbij te bekijken. Twee jaar lang is de kasseiweg met de grootste zorg gerestaureerd met een schitterend resultaat. In het piepkleine Dikkele zijn de kasseien nog niet heraangelegd, al past de ondermaatse kwaliteit van de bestrating perfect bij het dorp waar de tijd een paar decennia is blijven stilstaan. In het weekend komen veel dagjesmensen genieten van de rust in Dikkele, maar als veel mensen van rust willen genieten dan schiet er van die zo gekoesterde rust al snel niks meer over. Een tiental kilometer verder dient zich een nieuwe kasseistrook aan, maar ook de porfierstenen van de Paddestraat liggen er na een grondige renovatie heel goed bij.

 

Duik in het groen

Zorg er vooral voor dat u de linker bocht bij het binnenrijden van het ook al piepkleine Vlaamse Ardennen-dorpje Roborst niet mist. Het veld aan de buitenkant van de bocht mag er immers wel uitzien als een doodnormaal grasland dat als uitwijkstrook kan dienen, in het veld liggen evenwel een paar waterkersgrachten die je met het blote oog amper van het omliggende grasland kunt onderscheiden. Het is hier dat Karel van de Velde en Miriam Coessens op biologische wijze waterkers telen, een groente die niet alleen heerlijk smaakt bij een aantal gerechten maar evenzeer een bron van vitamines is die gevriesdroogd tot capsules ook uw gezondheid ten goede komt. Waterkers bevordert de spijsvertering en de antioxidanten helpen om uw huid jong te houden. En alsof dat nog niet volstaat heeft waterkers ook een verzachtende invloed op de luchtwegen. Voor de massaproductie is het jammer dat waterkers niet zomaar overal wil gedijen, in de bekkens van Roborst die met kraakhelder bronwater uit de Vlaamse Ardennen worden gevoed lukt het wonderwel.

Wielerliefhebbers zullen in dit eerste deel van de route een pak herkenningspunten vinden want de Vlaamse Ardennen zijn het decor van onnoemelijk veel wielerwedstrijden. De helling van de Berendries in Michelbeke is zo’n klassieker, in het dorpje zelf liggen de roots van motorkledingfabrikant en lederspecialist Richa. Door een paar deelgemeenten van Zottegem vorderen we richting Balegem waar we een koffiestopje op een bijzondere locatie hebben ingepland.

 

Zonder dreupel, dank u…

Op een steenworp van de steengroeves waar de stenen gekapt werden om de kapellen van de Pamelekerk te bouwen (sorry voor de woordspeling) parkeren we de motoren voor de Van Damme vierhoekshoeve. Al sinds 1862 wordt hier graanjenever gestookt en de landbouwstokerij Van Damme is de enige jeneverstokerij in de Benelux die nog zelf het graan voor haar jenevers teelt. Ludo en Dominique Lampaert hebben een prima evenwicht gevonden tussen het koesteren van een oud ambacht en modern ondernemerschap want de jeneverstokerij is gekoppeld aan een indrukwekkend landbouwbedrijf (240 runderen en flink wat hectaren landbouwgrond), een fraai ingerichte bed&breakfast en een koffiehuis dat dit voorjaar zijn deuren opende. Elke dag kan je hier vanaf 14 uur genieten van een koffie waarbij Dominique steevast de obligate vraag ‘Met nen dreupel?’ stelt. Vlak voor het middaguur houden wij het bij koffie, motorrijder en jenever drinken is echt geen goede combinatie. Om thuis te degusteren kan je in de winkel van de stokerij wel een flesje uit een ruim aanbod (diverse soorten jenevers, advocaat en andere specialiteiten) meenemen en rij je deze Roadbook Rally met een vriendenkliek, dan kan je op aanvraag een geleid bezoek in de stokerij Van Damme maken.

 

Bekend terrein

Via Sint-Lievens-Houtem en Oordegem laten we de Vlaamse Ardennen definitief achter ons en krijgen we een nieuwe aantrekkelijke streek in het vizier: de bloemen- en plantenstreek van Wetteren. Schellebelle is heilige grond voor elke Motoren&Toerisme medewerker want vanuit dit Oost-Vlaamse dorpje werd jarenlang maandelijks een portie leesvoer over motoren en toerisme naar duizenden motorliefhebbers in de Benelux uitgestuurd. Overmere geniet ruime bekendheid omwille van zijn Donkmeer en de wel twintig palingrestaurants die er gevestigd zijn. In restaurant De Pluim spelen we een portie paling in het groen naar binnen. Aan 28 euro per portie niet goedkoop, maar je smaakpapillen worden zo hard verwend dat je na twee happen die prijs al lang vergeten bent. “De Pluim was in 1900 het eerste palinghuis van Overmere-Donk en inmiddels is het restaurant al aan de vijfde generatie uitbaters van de familie Van der Sypt-Lateir toe”, fluistert de ober ons in het oor. Op het moment dat we van onze paling genieten gaan we er nog van uit dat we een inlandse specialiteit eten, al zal palinghandelaar Hans Borremans dat ballonnetje even later keihard doorprikken. “Inlandse paling mag niet meer gegeten worden, vandaar dat er veel paling vanuit Denemarken en Frankrijk per vrachtwagen wordt aangevoerd. Dat is vrij dikke en vette paling die zich perfect leent om gebakken te worden. Vanuit de Verenigde Staten en Canada wordt er veel dunnere paling ingevlogen, een paling die ideaal is voor gerechten zoals paling in het groen. De paling die in Nederland gekweekt wordt heeft niks van doen met wilde paling, deze paling wordt meestal gebruikt om gerookt te worden”, zegt Borremans die aan het Donkmeer zijn palinghandel runt. Van essentieel belang is dat alle paling levend naar het Donkmeer wordt gebracht (in watertanks als het wegtransport betreft, in dozen als ze met het vliegtuig komen) want in dat meer mogen ze nog maximaal drie maand zwemmen. In het meer liggen vijftig bassins die elk driehonderd kilogram paling kunnen bevatten zodat op piekmomenten vijftienduizend kilo paling in het meer ligt. De bekkens die in de volksmond ‘beunen’ worden genoemd raken de bodem van het meer niet zodat de paling verplicht wordt om rond te zwemmen en niet wat lui op de bodem kan gaan liggen rusten. En omdat de paling constant zwemt ontdoet hij zich op die manier zelf van zijn oorspronkelijke grondsmaak. Bij Borremans worden de palingen nadat ze geslacht zijn gecentrifugeerd om het slijm er van af te halen waarna een Yamaha V-Max rijder de mouwen opstroopt om de palingen te stropen. In de winkel aan de Donklaan 89 kan je elke ochtend een portie verse paling kopen aan gemiddeld twintig euro per kilogram. “Van één kilo paling hou je dan ongeveer zevenhonderd gram over voor consumptie”, nog volgens Hans Borremans.

 

Schipper mag ik over varen?

Na een lus noordwaarts richting Zele, Hamme, Waasmunster, Daknam en de bloemenstreek rond Lochristi is het tijd om met motor en al even te gaan varen. Tussen Zelzatebrug en de Vliegtuiglaan in Gent vormt het kanaal Gent-Terneuzen en het Gentse havengebied een dergelijke grote barrière (er ligt geen enkele brug in die zone) dat er voor de overheid niet veel anders op zat om in Terdonk en Langerbrugge twee veerdiensten te voorzien. De gratis veerboot van Langerbrugge pendelt van 4.30 tot 23.20 uur over het kanaal en hoewel de overtocht slechts een paar minuutjes duurt is het altijd leuk om de havenactiviteit eens vanop een boot en niet vanop een kaai gade te slaan. En met wat geluk steek je vlak voor of vlak na een indrukwekkende oceaanstomer het kanaal over, altijd een leuk moment. In een havengebied valt er voor een toeristisch ingestelde motorrijder niet veel te beleven (sportieve motorrijders komen zich hier in het weekend wel eens uitleven, maar de ‘zeesletsen’ –de Gentse bijnaam van de havenpolitie- controleert streng!) zodat we via Evergem en Belzele opstomen naar de Lembeekse bossen, zowat de groene long van het Meetjesland. Boekhoute, Bassevelde en Assenede hadden vroeger ook een palingcultuur, al is daar niks meer van overeind gebleven. De laatst paar tientallen kilometers rijden we over kleine boerenbaantjes door het biljartvlakke Meetjesland en waakzaamheid blijft tot de laatste meter geboden want voor je het weet sta je hier oog in oog met een kudde koeien die huiswaarts drentelen na een dag grazen. Aan de jachthaven van Sas van Gent zetten we vlak over de Belgisch-Nederlandse grens een punt achter deze route. Er zijn cafeetjes genoeg om bij een kop koffie na te kaarten over de rit en in tien minuutjes sta je in Zelzate van waaruit je vlot richting Antwerpen, Gent of Brugge huiswaarts kunt rijden. Zodat u op tijd thuis bent om een portie paling in het groen te bereiden, met een graanjenevertje als digestief. Smakelijk!

 

De routebestanden van deze Roadbookrit vind je in onze Roadbook-sectie.

 

Facebook comments