Rij-indruk: Suzuki GSX-R125 en GSX-S125

’t Is helemaal hun vader!” Dat hoor je puur uit beleefdheid wel eens roepen in de kraamkliniek wanneer het bezoek een eerste blik werpt op een pasgeboren ukje in de wieg. Of de papa in kwestie al dan niet geflatteerd moet zijn door de vergelijking valt soms te betwijfelen. De Gixxer 1000 en de GSX-S 1000 mogen alvast tevreden zijn wanneer iemand hun 125cc afstammelingetjes met hen vergelijkt. Beide modellen kunnen qua uiterlijk namelijk niet onder stoelen of banken steken wie de vader is. Benieuwd of ze ook het karakter van vaderlief hebben geërfd?...

 

Tekst: Jochen Scheire

Foto’s: Suzuki

 

Om dat uit te vissen trok ik naar het Portugese Palmela om de twee aan de tand te voelen in wat hun habitat zou moeten zijn. In de voormiddag stonden enkele sessies op de Kartodromo Internacional van Palmela op het programma, in de namiddag werden de kustwegen en de bergen in de wijde omgeving van Lissabon verkend.

 

DNA-switch?

Het is nog fris wanneer ’s ochtendsvroeg met de GSX-R de eerste rondjes kunnen worden gedraaid op het uit de kluiten gewassen kartcircuit. Koude banden en koud asfalt zijn altijd een heikele combinatie wanneer je een beetje snelle bochten wil gaan nemen, dus dient de eerste sessie vooral om het circuit een beetje te leren kennen. Wanneer de volgende reeks rondjes wordt afgewerkt, ditmaal aan boord van de GSX-S, zijn de banden netjes opgewarmd en is het asfalt ook op temperatuur gekomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de GSX-S meer vertrouwen blijkt te geven en makkelijker bochtjes lijkt te pikken dan de GSX-R. Als snel blijkt dat dit leukere stuurgedrag niet enkel voortspruit uit de warmere rubbers, maar ook door het hogere stuur dat op de GSX-S is gemonteerd. Daardoor zit je meer rechtop en kan je de korte bochtencombinaties beter inschatten. Er volgt nog een laatste sessie, waar ook de GSX-R zich kan bewijzen met warmere sloffen, maar deze sessie wijzigt niets aan de bevindingen. Op het (korte) recht stuk kan ik me, wanneer ik me dubbelplooi, dan wel een beetje verstoppen achter het kleine ruitje, iets wat bij de ‘S’ uiteraard niet lukt, maar bij topsnelheden tot pakweg 80 km/u zal je hier niet echt geweldig veel voordeel uithalen. Aangezien het hier niet om een race gaat worden er geen tijden opgemeten, maar vermoedelijk ging het op dit circuit iets sneller met de ‘S’ dan met de ‘R’, wat toch enigszins verwonderlijk is.

 

Alles uit de kast

Na de middag rijden we met een groepje testrijders verdeeld over ‘erretjes’ en ‘esjes’ de bergen in. Aangezien ik verwacht dat de ‘S’ hier ook veruit als beste uit de strijd zal komen heb ik een beetje medelijden met de ‘R’. Papa Gixxer is veruit de meest sportieve, afgetrainde telg uit de Suzuki-familie, het lijkt erop dat de fysieke kenmerken die de GSX-R heeft meegekregen niet volstaan om zijn naakte broertje af te troeven. Enkele kilometers bergwegen later blijkt echter dat de GSX-R nog niet al zijn troeven had uitgespeeld. In lange bochten tegen een iets hogere snelheid, dus meestal op vlakke stukken of wanneer het een beetje naar beneden gaat, toont de sportiefste van de twee dat hij wel degelijk uit het juiste hout gesneden is. Die lange bochten verteert de ‘R’, omdat je door de clip-ons wat lager tegen het asfalt zit, duidelijk vlotter, misschien niet als een samuraïzwaard zoals zijn vader, maar alleszins als een goed geslepen zakmes. Ook zal de topsnelheid van de GSX-R ietsje hoger liggen omdat je je kan opkrullen achter het scherm, waar je bij de GSX-S steeds meer last zal hebben van de rijwind. Het is bijzonder kalm in dit stukje Portugal deze periode van het jaar, het lijkt dan ook alsof we de baan voor ons alleen hebben, waardoor het behoorlijk dikwijls volgas gaat. Door de beperkte cilinderinhoud van de 125’s gelukkig nog steeds met een beperkt risico op torenhoge boetes. Raar maar waar, op de openbare weg komen de sportieve eigenschappen van de GSX-R beter tot uiting dan op het kartcircuit deze ochtend. Het juiste DNA werd dus wel degelijk in de juiste machine gestopt.

 

Flinke leerlingen

Dat de papa’s blij mogen zijn met de prestaties van de kroost blijkt wanneer we de rapportcijfers erbij nemen. Beide zijn ze de lichtste in hun klasse, maar er zijn nog enkele andere cijfers waarmee ze graag naar huis komen. Zo is hun zadelhoogte lager dan die van alle concurrentie en is de voorkant van de GSX-R de kleinste in het segment, waardoor hij er bijzonder slank en sportief uit ziet. Alsof dat nog niet genoeg is, is de GSX-R uitgerust met een keyless-ignition, ook uniek in zijn klasse. Een draai aan de knop volstaat dus om te starten. Die draaiknop is eigenlijk een sleutel die je uit het contact kan halen wanneer je je Fob-key bij hebt om er je zadel mee te openen, maar normaal laat je hem rustig zitten. Dit sleutelloze systeem is niet aanwezig op de ‘S’, maar die is dan weer een stuk gunstiger geprijsd.

 

Alles doet wat het moet

Over het rijwielgedeelte, de vering en de remmen kunnen we eigenlijk relatief kort zijn. Deze doen hun werk allemaal naar behoren. Je moet niet verwachten dat je bij een fikse ruk aan het remhendel je de tanden in de kroonplaat remt, maar zowel voor- als achterrem doen precies wat nodig is om de 130 kilogram en 15 pk vlot tot stilstand te brengen. Het Twin Spar frame wordt door beide motoren gedeeld, maar de stuuruitslag op de GSX-S is 40°, waar je het bij de GSX-R met 35° moet doen. Dit verklaart nog eens het betere stuurgedrag van de ‘S’ in kortere bochten. De afwerking en uitrusting van is dus absoluut compleet te noemen en behoort zeker tot de betere in deze (prijs)klasse.

 

Broers, geen concurrenten

Beide Suzuki’s hebben hun bestaansredenen, dat maakt hen broertjes en geen concurrenten. De echte concurrenten moet je bij andere merken gaan zoeken. Welke van de Soesjes je voorkeur geniet, hangt af van wat je ermee wil gaan doen. De twee kunnen gerust worden beschouwd als eerste opstapjes naar een lange motorcarrière. Iemand die een sportief motorleven voor ogen heeft, kiest, hoewel het na de sessie op het kartcircuit net anders leek, best voor de GSX-R. Zie je jezelf later rustig (of iets minder rustig), rondtoeren in de Alpen, dan ga je beter voor de GSX-S, die veel meer een allrounder is. Feit is alleszins dat de twee machientjes perfect doen wat van hen mag worden verwacht, en op bepaalde vlakken de verwachtingen zelfs wat overstijgen. Omdat de twee ook zeer vriendelijk geprijsd zijn kunnen ze absoluut dienst doen als eerste motorfietsje, je zal er jaren later ongetwijfeld nog dikwijls aan terugdenken wanneer je op je dikke naked of supersporter stapt.

Facebook comments