Interview met Torsten en Bjorn Robbens (Saroléa)

Tekst: Rik Van Gerwen                  

Foto’s: Peter Naessens, Saroléa

 

 
Mijn motorblok tikt bescheiden na, bijna in de maat van de beiaardier. Vijftigers zoemen voorbij aan precies 25 kilometer per uur of hebben het op het terras van de Carillon achter mij over rijbereik en kilowattuur. Plots draaien hun lichtjes verbrande neuzen in de richting van een kleine, zwarte bommenwerper. Een crescendo van ééncilindergeplof bestookt de Oudenaardse trapgevels. “Ah, is dat niet Torsten?” zegt de ober glimlachend. Is dat de toekomst van de Belgische motorindustrie, daar op zijn Saroléa uit 1929? Ik heb een zonnige namiddag om het uit de dokteren.
Mijn Camino startte niet,” zegt Torsten lachend. “Bjorn komt eraan hoor, maar die heeft nog een andere job en zat in Antwerpen. Hopelijk valt de file mee.”
 

 

Camino?

Torsten Robbens: “Om te lachen, hè. Maar ik heb er nog wel enkele. En Dax’en, Monkeys, Novio’s… Daar is het allemaal mee begonnen. Sleutelen, opvoeren, verkopen… Op onze top verkochten Bjorn en ik er vijftig per schooljaar. Hier, in het Sint-Norbertuscollege om de hoek. Kom, laat ons erheen wandelen.”

Torsten stopt z’n helm met Isle of Man-logo fier onder de arm en stapt op zijn ‘memory lane’ af.

Bjorn was wel een iets flinkere student dan ik. En dat is een understatement. Terwijl hij afstudeerde en aan zijn carrière begon reed ik op mijn opgefokte MBK Booster naar Engeland, op zoek naar werk. Geen specifiek diploma, geen geld, niks. Ik had vliegtuigtechniek gestudeerd in Borgerhout, en daarna een aantal vakken aan de TU in Delft. Lucht- en ruimtevaart. Maar mijn probleem is dat ik eigenlijk enkel wil doen wat mij écht interesseert. De rest boeit mij geen fluit. Formule 1, dát interesseerde mij. En dus stopte ik met studeren en sprong ik op die brommer. Als je gratis wil werken gaat de deur op een gegeven moment altijd wel open, dacht ik. En ik kreeg gelijk. Ik sliep er soms onder mijn werkbank en ik werkte quasi de klok rond, maar een paar maanden later had ik de sleutels van een F1-atelier in mijn zak zitten! Een betere leerschool voor wat ik nu doe, is er niet. Precisie en perfectie keer op keer nastreven, of klop.

Bjorn komt erbij en begroet Torsten zoals enkel tweelingbroers dat kunnen: met samenzweerderig pretlicht. Los van de baard hebben ze een identieke, energieke blik.

Bjorn Robbens: “Ja, die tijd in Engeland… We zijn hem eens moeten gaan halen omdat hij een ernstige infectie had gekregen aan een wondje in z’n hals. Ze waren met van die plastieken handschoentjes naar elkaar aan het schieten…”

TR: “Daar heb je dan familie voor! Hoewel we elkaar in die periode eigenlijk echt niet zo vaak zagen. We gingen zo’n beetje elk onze eigen weg en die van Bjorn leidde naar business en IT. Het was pas toen hij zijn zaak liet overnemen in 2012 dat we weer hechter werden. Moeiteloos, trouwens. En precies op tijd. Ik was ondertussen al bezig met de TT en bezat het merk Saroléa, maar ik had geen concreet businessplan of zo. Ik wou, en wil, vooral racen. Bjorn voegt daar sindsdien evenwicht, structuur en een commerciëlere insteek aan toe.”

 

De volledige versie van dit interview en nog véél méér lees je in de allereerste Deluxe-uitgave van Motoren & Toerisme, Mensen & Motoren, die vanaf 2 augustus in de winkelrekken of je brievenbus ligt. Nog geen abonnee? Koop het Mensen & Motoren-nummer van Motoren & Toerisme dan via de tijdschriftenwinkel.be, zodat je het alsnog in je brievenbus kan vinden.

 

 

Facebook comments