Het toerlijstje: Vijf Europese toermachines uit de jaren ‘80

Tekst: Bart Jacobs

Foto’s: Archief De Motorsite

 

 

De jaren ’80 waren niet makkelijk voor de Europese motorconstructeurs. In de jaren ’70 stond het water bij menigeen tot aan de lippen en in het daaropvolgende decennium begon de wederopstanding. Een wederopstanding die niet altijd even vlot verliep. Niettemin behielden de meeste Europese constructeurs hun eigenheid en dus ook hun vertrouwde formats qua krachtbronnen. Dat neemt niet weg dat er ook geëxperimenteerd werd. Het toersegment was destijds nog niet supergroot of belangrijk maar wel zeer divers. Hieronder hebben we vijf bijzondere Europese toermachines uit de jaren ’80 voor u opgelijst.

 

 

5. Ducati 906 Paso

Laten we meteen met de ‘wild card’ uit dit rijtje beginnen. Deze Ducati 906 Paso is eerder een sporttoermachine dan een pure toermotor. In tegenstelling tot wat z’n typeaanduiding doet vermoeden bedroeg de cilinderinhoud van deze Paso geen 906cc maar wel 904cc.  De L-twin had twee desmodromisch bediende kleppen per cilinder. Met een maximaal vermogen van 88 pk kwam de Paso weliswaar goed uit de verf, maar zaten z’n prestaties ver van die van z’n superbike-broertjes.  Over het uiterlijk van de 906 Paso kan je wellicht lang discussiëren. Het kuipwerk verhult nogal wat, al was dat destijds aan het eind van de jaren ’80 – de 906 Paso stamt uit 1989 – de trend. Sommige critici noemden deze Ducati zelfs één van de lelijkste motorfietsen ooit. Zover willen we niet gaan, al begrijpen we nog steeds niet waarom Ducati geen doorschijnend kuipruit monteerde.

 

4. Moto Guzzi California II

Moto Guzzi was in de jaren ’80 zowat de uitdager van BMW, zodoende dat er zelfs een rivaliteit tussen beide merken was. Een rivaliteit die je kan vergelijken met die tussen Alfa Romeo en BMW uit diezelfde periode. De California II vormde dan ook een alternatief voor een boxer toermachine uit Beieren. En niet toevallig was Duitsland één van de beste afzetmarkten voor het merk uit Mandello del Lario. De California II werd in de beste Moto Guzzi-traditie door een luchtgekoelde, dwarsgeplaatste V-twin aangedreven.  Uit z’n cilinderinhoud van 949 cc puurde de California II 65 pk.  De California had een Amerikaans uiterlijk, wat natuurlijk ook z’n naam verklaard. Met een drooggewicht van 250 kg was de Guzzi bepaald geen lichtgewicht en dat ondanks de enigszins spartaanse uitrusting - voor een toermachine van die tijd.

 

3.  Laverda RGS 1000 Executive

De derde Italiaanse motorfiets uit dit lijstje is eigenlijk de toerversie van een sporttoermachine. Of beter gezegd: een goed uitgerust sporttoermachine. De Executive is een luxueuzere versie van Laverda’s RGS 1000. Destijds werd die machine als sportief neergezet. En dat was ze misschien ook wel maar zelfs toen al had de machine uit Breganze een flink vermogensdeficit ten opzichte van Japanse machines als de Suzuki GSX-1100 Katana en de Yamaha FJ 1100. Niettemin was de luchtgekoelde driecilinder in lijn van de Laverda een bijzondere krachtbron. De RGS puurde zo’n 83 pk uit z’n 981 cc, terwijl het koppel 78 Nm bedroeg. Op de Executive-versie kreeg de berijder iets meer windbescherming door middel van twee extra zijschortjes die aan de kopkuip van de RGS vastgemaakt werden. Daarnaast troef je ook twee geïntegreerde zijkoffers op de Executive aan.

 

2. BMW K100LT

De K100 en in mindere mate de K75 hadden BMW Motorrad in de eerste helft van de jaren ’80 nieuw leven ingeblazen. Vanaf 1984 bracht BMW met de K 100 RT zelfs een kant-en-klare lange-afstandstoermachine op de markt. Maar het toerkarakter kwam pas echt bovendrijven toen BMW in 1986 deze K 100 Luxustourer (LT) lanceerde. Het verschil met de RT-versie zat hem in het comfortabelere zadel, de extra topcase en de hogere afwerkingsgraad waarbij alle componenten in dezelfde koetswerkkleur werden uitgevoerd. De watergekoelde viercilinder in lijn van de K 100 LT produceerde 90 pk (aan 8.000 opm) en had een koppel van 86 Nm (aan 6.000 opm).  Vanaf 1988 was het model leverbaar met een Bosch ABS-systeem, al leverde dat wel een extra gewicht van 10 kg, bovenop het drooggewicht van 283 kg.

 

1.Norton Commander

Deze Commander is zonder twijfel de meest exclusieve motorfiets uit dit lijstje. Dat dankt hij niet alleen aan z’n familienaam – Norton, dus – maar ook aan het feit dat hij door een wankelmotor wordt aangedreven. Dankzij dit concept puurt de Commander 85 pk uit 588cc. De raceversie van hetzelfde blok, produceerde zelfs 135 pk.  Norton had aanvankelijk politiemotoren met wankelmotoren gebouwd, die onder de modelnaam ‘Interpol’ op de markt werden gebracht. In België had de gemeentelijke politie van Koksijde in de jaren ’80 zo’n Interpol in dienst. Uit de Interpol volgde een ‘civiele’ versie, de ‘Classic’ genaamd en in 1988 volgde deze Commander.  In tegenstelling tot z’n voorgangers was de Commander watergekoeld. Voor het uiterlijk lieten de Britten zich destijds  duidelijk door de BMW K 100 inspireren. Met een drooggewicht van 235 kg was de Commander destijds één van de lichtere toermachines. Dat lage gewicht had alles te maken met de compacte krachtbron. De Norton Commander begint dankzij z'n zeldzaamheid stilaan ook waarde te krijgen voor verzamelaars. 

 

 

 

Facebook comments