Een bezoek aan het Husqvarna-museum

Tekst: Alan Cathcart/Redactie

Foto’s: Ola Österling, Archief Alan Cathcart

Husqvarna’s comeback als constructeur van straatmotoren, met de lancering van de Svartpilen en Vitpilen, zette het roemrijke verleden van dit van oorsprong Zweedse merk weer volop in de kijker. Lang voordat Husqvarna tot een legendarisch offroadmerk uitgroeide, was het een belangrijke constructeur van straatmachines.

 

Toch waren motorfietsen maar een van de vele producten die Husqvarna vervaardigde in z’n thuisbasis, de stad Huskvarna, die 320 km ten zuidwesten van Stockholm. Huskvarna betekent in het Zweeds overigens zoveel als ‘het huis bij de molen’. De fabriek werd al in 1620 in het nabijgelegen Jönköping opgericht door de toenmalige koning Gustav Adolf II en was oorspronkelijk een manufactuur voor musketten. In 1867 verhuisde de inmiddels geprivatiseerde firma naar een moderne fabriek aan de boorden van het Vätternmeer. Nabijgelegen watervallen fungeerden er als hydro-elektrische krachtbronnen. In deze oorspronkelijke fabriek huist nu het uitgebreide Husqvarna-museum, dat in 1993 z’n deuren opende. Op een vloeroppervlakte van 2.400 vierkante meter wordt het verhaal verteld van het mini-conglomeraat waartoe Husqvarna zou uitgroeien. De rol van de afdeling tweewielers wordt speciaal belicht in een collectie van zo’n honderd fietsen en motorfietsen.

 

De volledige versie van deze reportage lees je in Motoren & Toerisme 6-2018 die vanaf 7 juni in de winkel ligt. Nog geen abonnement? Koop het nieuwste nummer van Motoren & Toerisme dan in onze online tijdschriftenwinkel.be.

 

Facebook comments