80's week: Vijf luxe-toermachines uit de 80's

Tekst: Bart Jacobs

Foto's: Archief De Motorsite

 

 

Bij gebrek aan echte toermachines was reizen in de jaren '70 nog iets voor geharde motorrijders geweest. Voor velen onder hen was zich verplaatsen per motorfietsen een ultiem statement tegen de gevestigde orde geweest. Hoe verder je toen met de rudimentaire machines reisde, hoe meer krediet je kreeg bij je motorvrienden, op 't werk of in je stamkroeg. Maar in de jaren '80 veranderde het aanzien van motorreizen. Luxe mocht of kon toen. Wie er de goesting, en niet te vergeten het kapitaal voor had, kocht  zich een toerbuffel. Machines die door puristen weleens 'mobilhomes op twee wielen' genoemd werden, naar de reizende paleizen uit Amerika die je toen ook op onze wegen begon te zien. Toch bleef de pioniersgeest er ook op die toerbuffels inzitten want de overgrote meerderheid van de reizende motorrijders overnachtte nog ouderwets in een tent.

 

Dat het net de Japanners waren die het segment van de luxe-toermachines deden groeien en bloeien hoeft niet te verbazen. Zij had in de jaren '80 de wind mee en konden het zich permitteren om in heel wat segmenten actief te zijn.  Hieronder vind je onze top-5 van luxe-toermachines uit de jaren '80.

 

5. Harley-Davidson Electra Glide Ultra Classic

In een door (Noord-)Amerika geïnspireerd segment mag een machine van eigen makelij uiteraard niet ontbreken. De Harley-Davidson Electra Glide Classic verscheen in 1982 op de markt.  De motorfiets evolueerde door de jaren heen en dat resulteerde in het laatste jaar van de eighties in deze Electra Glide Ultra Classic, een motor die bulkte van luxe en comfort.  Naast voldoende bergruimte in de vorm van twee grote zijkoffers en een topcase, beschikte de Ultra Classic ook over een comfortabele passagierszetel met rug- en armsteunen. Bovendien kon de passagier met de berijder praten dankzij een ingebouwd intercom-systeem en eveneens gebruik maken van de stereo en de CB-radio. De bestuurder had op zijn beurt de beschikking over een cruise-controlesysteem.  Met  om en bij de 112 Nm beschikte de Ultra Classic over flink wat koppel. Toch wist de V-twin maar  71 pk uit z'n cilinderinhoud van 1337cc te puren.

 

4. Kawasaki Z1300 Voyager

De Voyager is een beetje de wild-card uit dit lijstje en dat vooral omdat hij nooit officieel geïmporteerd werd in de Lage Landen. Toch kwamen er een aantal exemplaren via de zogenaamde 'grijze import'-kanalen naar België en Nederland. De Voyager was de luxe-toer-versie van Kawasaki's Z1300. Zodoende werd ook de Voyager door de dikke 1286cc metende  zescilinder-in-lijn aangedreven. Die krachtbron was goed voor een piekvermogen van zo'n 120 pk, terwijl het maximaal koppel 115 Nm bedroeg.  Met een rijklaar gewicht van 416 kg was  de Z1300 Voyager niet bepaald een pluimpje. Om de machine stabieler te maken was ze uitgerust me instelbare luchtvering-elementen. Een cardanas stond in voor de secundaire transmissie. De machine werd in 1984 op de Noord-Amerikaanse markt geïntroduceerd en twee jaar later kwam Kawasaki al met een 1200cc viercilinder-versie van de Voyager. Toch zou de zescilinder tot in het laatste jaar van het decennium te koop zijn.

 

3. Yamaha XVZ1300 Venture Royale

In 1983 introduceerde Yamaha de XVZ1200 Venture als antwoord op Honda's machtige  GL 1200 Aspencade. Reeds een jaar later overtrof Yamaha zichzelf met de Venture Royale, de luxeversie van de Venture.  De 1200cc Venture werd in 1986 opgevolgd door de XVZ1300.  Die werd aangedreven door een 1294cc metende watergekoelde V4. Die krachtbron produceerde een maximaal vermogen van 97 pk, terwijl het koppel 112 Nm bedroeg. Ook hier zorgde een cardanas voor de secundaire overbrenging. De machine bleef tot een flink eind in de jaren '90 leverbaar.

 

2. Suzuki GV1400 Cavalcade LXE

 

De in 1985 geïntroduceerde Cavalcade was Suzuki's antwoord in de wapenwedloop in het luxe-toersegment.  De Cavalcade had een machtige krachtbron in de vorm van een 1360cc metende watergekoelde V4 met een blokhoek van 82°.  Die produceerde een piekvermogen van 112 pk (aan 7.000 opm) en een maximaal koppel van 124 Nm.  Al die macht werd met behulp van een cardanas op het achterwiel overgebracht. Suzuki introduceerde de Cavalcade in drie uitrustingsniveau's: GT, LX en LXE. Daarbij was de GT de basisversie met conventionele vering, terwijl de twee andere versies over luchtveringen en een Clarion radio-cassettespeler beschikten. De ook in België en Nederland geïmporteerde Cavalcade boekte bescheiden verkoopsuccessen en kent ook nu nog een kleine, maar trouwe aanhang. Na het modeljaar 1988 stopte Suzuki echter met de productie van de Cavalcade.

 

1. Honda GL1500 Gold Wing

Honda had vanaf de vroege jaren '80 de toon gezet inzake luxe-toermachines. Eerst met de GL1100 Gold Wing Interstate, daarna ook met de Aspencade en de GL1200-versies van beide modelvarianten. Daarop reageerden de overige Japanse fabrikanten met hun eigen interpretaties van een luxe-toermachine.  Om het verschil met de V4's van Suzuki en Yamaha te maken en de zes-in-lijn van Kawasaki te overtreffen introduceerde Honda in 1988 de GL1500 Gold Wing. Een belangrijk model, want de eerste Gold Wing met een zescilinder boxermotor en dus ook een beetje de opa van de huidige Gold Wing. Met een cilinderinhoud van 1520cc overvleugelde de Gold Wing letterlijk en figuurlijk de Japanse  en ook Amerikaanse concurrentie. Bovendien was de GL1500, net als z'n voorgangers behoorlijk Amerikaans, want de machine werd in Marysville in de staat Ohio gebouwd.

 

Met een maximaal koppel van 150 Nm , een rijklaar gewicht van 360 kg en alle denkbare luxe was de Honda GL1500 Gold Wing dé 'Big Daddy' onder de luxe-toermachines. Zodanig zelfs dat de machine z'n eigen segment zou creëren .

Facebook comments