Roadbookrit: Groot-Hertogdom Luxemburg

Op weg richting de Alpen of Pyreneeën stoppen we doorgaans enkel in Luxemburg om wat goedkoper de benzinetank te vullen terwijl de paar laatste rokers er snel van de motor springen om hun voorraad tabak in te slaan. Luxemburg heeft echter veel meer te bieden want voor een korte tot middellange motorvakantie vind je in het Groot-Hertogdom net ten zuiden van België en Nederland alles wat je hartje begeert. Prachtige landschappen, een streepje cultuur en geschiedenis aangevuld met slingerend asfalt van wereldkwaliteit: dàt is de luxe van Luxemburg.

 

Tekst: Bart De Schampheleire

Foto’s: Philippe Buissin – Imagellan

 

Op aanraden van de Luxemburgse toeristische dienst hebben we hotel Ecluse in Stadtbredimus uitgezocht als uitvalsbasis voor dit bijna driehonderd kilometer lange roadbook. Zo vlak voor de zomervakantie en met de dagen op hun langst, dachten we jullie wel te kunnen plezieren met een flink rondje stuur- en cultuurwerk, maar routebouwer Wim heeft drie ‘Teller Op Nul’-punten in het roadbook voorzien zodat je ook op drie punten gemakkelijk op de route kunt inpikken. Ofwel begin je er net zoals wij in Stadtbredimus aan, maar je kan net zo goed vertrekken vanuit Diekirch of Ettelbruck. Hou er sowieso rekening mee dat je met deze rit toch wel eventjes bezig zult zijn, dus samen met de aanrij- en terugrijroute is dit roadbook een ideale klus voor een weekenduitstap. Bij voorkeur onder vrienden, vandaar ook dat we de route met z’n drieën in mekaar knutselen. Wim verzorgt het roadbook, Philippe neemt de fotografie voor zijn rekening en ik probeer bij al dat moois een verhaaltje te verzinnen. Als dat geen taakverdeling is om U tegen te zeggen!

Koffie en fietsen

Stadtbredimus ligt aan de Luxemburgse kant van de Moezel, aan de overkant van de brede en best wel snel stromende rivier zwaait Angela Merkel de plak. Zowel aan de Luxemburgse als Duitse zijde van de stroom worden de hellingen door de druivenranken met een strak lijnenpatroon versierd. Vanaf de oever sturen we meteen de helling omhoog richting Greiveldange. Op weg naar dat mini-dorpje ronden we de eerste heuvelrug en verslinden we de eerste haarspeldbochten van de dag, maar het zullen beslist niet de laatste zijn. Vanuit de Zuid-Oostelijke punt van het Groothertogdom Luxemburg beginnen we aan de route die ons eerst in een boog rond Luxemburg stad zal brengen. Net voorbij Sandweiler likt de route aan de zuidelijke punt van het uitgestrekte terrein van de Luxemburge luchthaven, een paar kilometer verder voorziet het roadbook een extra ommetje voor wielerliefhebbers en/of koffieverslaafden. In Itzig heeft de voormalige beroepswielrenner Andy Schleck immers een fietsenwinkel annex koffiebar uit de grond gestampt die om verschillende redenen een bezoekje meer dan waard is. In de eerste plaats is de winkel qua architectuur een pareltje. De fietsen, onderdelen en kleding van topkwaliteit worden er op drie verdiepingen uitgestald met als verbinding tussen deze etages een gigantische glazen zuil. Vanuit de koffiebar op het gelijkvloers is deze glazen zuil doorgetrokken tot in de nok van het gebouw en in deze glazen vitrinekast hangen de mooiste fietsen waarop Schleck in zijn loopbaan reed, samen met zijn mooiste trofeeën. Op de dag dat we de route inblikken is de zaakvoerder jammer genoeg niet aanwezig, maar zijn personeel bevestigt dat Andy Schleck heel vaak in de winkel beschikbaar is. Dus wielerfans kunnen hier bij een koffietje een praatje slaan met de winnaar van de Ronde van Frankrijk van 2012. Niet in wielrennen geïnteresseerd? Geen probleem: je hoeft het lusje naar Itzig niet te rijden en met Luxemburg stad in het vizier kan je daar ongetwijfeld ook een koffie scoren.

 

Kasteelheer

Langs Walferdange, Bridel en Capellen proberen we ten noorden van Luxemburg Stad een zo fraai mogelijke boog rond de verstedelijking te maken, al zitten er onvermijdelijk een paar kilometers asfalt tussen waar appartementsblokken en warenhuizen de natuur verdrongen hebben. Het valt mij op dat de palen van de verkeerslichten hier nog in wit/rood geschilderd zijn. Ongetwijfeld lang geleden samen met de Belgische palen besteld om een groepskorting avant-la-lettre te krijgen, maar in België zijn die palen allemaal al in zwart/geel overschilderd terwijl de Luxemburgers ze gewoon wit/rood hielden. Of hoe de nostalgie vanuit onverwachte hoek kan komen. Langs Koerich, Kehlen, Schoenfels en Mersch zigzaggen we noordwaarts in een decor dat barst van het groen. Verkeer is er amper en het asfalt is zo goed dat je er een potje biljart zou kunnen op spelen. Op voorwaarde natuurlijk dat het wegdek in een vlak landschap zou liggen, maar dat is absoluut niet het geval. Bolle heuvelruggen bepalen de einder met af en toe de toren van een kasteel of landhuis dat het verdwaalde wolkje aan de lucht stuk probeert te prikken. De streek wordt niet voor het niets ‘Klein Zwitserland’ genoemd. In Larochette is het kasteel absoluut een bezoekje waard. De weg naar de toegangspoort loopt door een donker loofbos en het blijkt dat de conservators/uitbaters van het kasteel in het poorthuis wonen. Sympathieke man trouwens, die me vanuit zijn kassagebouw in een mengeling van Frans en Duits (je weet nooit precies welk taaltje je moet hanteren in Luxemburg) uitlegt dat ‘zijn’ kasteel jaarlijks twintigduizend bezoekers lokt. Dat het ‘zijn’ kasteel is, klopt niet helemaal want het gebouw en de ruïnes zijn sinds 1979 eigendom van de Luxemburgse staat. De heren van Larochette maakten als afstammelingen van het Huis van Luxemburg hun opwachting aan het eind van de twaalfde eeuw en in de loop van de geschiedenis zouden steeds meer families hun intrek nemen in het kasteel dat almaar verder uitbreidde. Een soort van co-housing dus, maar dan een kleine negenhonderd jaar geleden. Zo trouwden Frédéric en Conrad, heren van Homburg met de zussen Irmgard en Mathilde van Fels en namen ook zij hun intrek in de burcht. Gezellige bende want tegen het einde van de veertiende eeuw woonden er vijf families in verschillende gebouwen en vleugels van het slot. Aan het einde van de zestiende eeuw legde een felle brand het kasteel zo goed als compleet in de as. Het Huis van Créhange dat een architecturaal hoogstandje was, werd tussen 1983 en 1987 gerestaureerd, de restauratie van het Huis van Homburg volgde in 1987 en 1988. In de gerestaureerde stukken van het kasteel worden regelmatig kunsttentoonstellingen georganiseerd, sommige oude gevels worden door grote stalen constructies gestut, wachtend op verdere opknap. Om de kosten van het onderhoud en de renovatie van de site deels te dragen wordt de bezoekers een bijdrage van vier euro per persoon gevraagd.

Patton

Autoliefhebbers houden bij het binnenrijden van Ettelbruck even halt bij de Ford-garage van Paul Wengler want de beste man heeft een indrukwekkende collectie klassieke racewagens van over de Grote Plas in de etalage staan. Het is trouwens in Ettelbruck dat we als routebouwers in de late namiddag van onze eerste ‘werkdag’ op Luxemburgs grondgebied een punt zetten achter onze activiteiten voor vandaag. Op een terrasje komen we bij een koffie eventjes op adem want de laatste kilometers richting Ettelbruck zwiept en zwiert de route zich zodanig door het landschap dat er geconcentreerd gestuurd moet worden. Ettelbruck is een verplichte stop voor iedereen die geïnteresseerd is in de oorlogsgeschiedenis van West-Europa want het George Patton Museum biedt met meer dan duizend foto’s en documenten een overzicht van de Duitse inval op 10 mei 1940 tot de bevrijding door Patton en zijn manschappen op 25 december 1944. Hoewel het museum al op 7 juli 1955 werd geopend, blijft de collectie groeien en evolueren aangezien er in de regio nog steeds wapens uit de tijd van de oorlog opduiken, wapens die getoond worden in het museum.

 

Rode Ridder

Hoe verder we met de route naar het Noorden van Luxemburg vorderen, hoe groter het rijplezier wordt. In Bourscheid kan je evenwel nog een streepje cultuur meepikken want de route passeert vlak langs het kasteel dat zomaar het decor kon zijn van een stripverhaal van de Rode Ridder. De burcht werd vermoedelijk rond het jaar 1000 gebouwd, de eerste documenten waarin het kasteel vermeld wordt dateren uit 1095. In de veertiende en vijftiende eeuw werd het kasteel gevoelig uitgebreid met onder andere een vestingmuur met zes gotische torens. In het begin van de negentiende eeuw begon het verval, tot de Luxemburgse overheid in 1972 het Kasteel van Bourscheid kocht en met de restauratie begon. Net als het kasteel van Larochette kan je ook de burcht van Bourscheid bezoeken. Inmiddels zijn we aanbeland in de fantastische regio waar we in het voorjaar van 2015 onze spreekwoordelijke tenten opsloegen voor de M&T lezersreis. Draaiend en kerend door het groen belanden we in het natuurpark van de Boven Sûre, een riviertje dat in 1961 werd afgedamd waardoor een 380 hectare groot stuwmeer ontstond. Richting Kaundorf draait de N316 in een sierlijke boog over de stuwdam met links van je het stuwmeer en rechts diep onder je de waterkrachtcentrale. Met nog een ruime krul langs de Noordelijke kant van het stuwmeer komen we in Nothum heel dicht in de buurt van België, op de spreekwoordelijke steenworp van Bastogne. Vanaf hier kiezen we weer resoluut voor het oosten want we moeten uiteindelijk weer in Stadtbredimus aankomen, vlakbij de Luxemburgs-Duitse grens. Vianden is bij veel Luxemburg-gangers bekend en dat was ten tijde van de Romeinen ook al het geval want in die periode fungeerde Vianden als ‘castellum’. In zo’n castellum legerden hulptroepen die de grenzen van het Romeinse Rijk moesten helpen bewaken, tussen de elfde en veertiende eeuw werd op de grondvesten van die castellum een nieuwe burcht gebouwd. In die periode waren de graven van Vianden heel invloedrijk, tot de graven van Nassau in 1417 het boeltje overnamen. Vanaf 1820 begon koning Willem I met de geleidelijke verkoop van het kasteel van Vianden, een kasteel dat net zoals de burchten van Larochette en Bourscheid in 1977 staatsbezit werd en de renovatie kon starten. Iets verderop ligt het centrum van Diekirch niet op de route, maar wie net zoals wij nood heeft aan een kop koffie om de zintuigen weer op scherp te stellen hoeft slechts een tweetal kilometer om te rijden om in hartje Diekirch zijn cafeïneshot te nemen. Dat Luxemburg zwaar te lijden had tijdens de Tweede Wereldoorlog blijkt uit de talrijke musea die rond dat thema werden ingericht en in het centrum van Diekirch kan je het nationaal militair museum bezoeken. Aan de hand van diorama’s op schaal 1:1 worden in het museum militaire scènes uitgebeeld en aangezien de poppen even groot zijn als jezelf, lijkt het wel alsof je middenin de actie staat.

Het prille begin

Vanaf Diekirch sturen we weer Klein Zwitserland in en volgt onder een steeds verder dichttrekkend wolkendek mijn persoonlijk hoogtepunt van de rit: de Pérékop. In de omgeving van Berdorf wordt het landschap doorsneden door rotsige kloven die bij wandelaars heel geliefd zijn. Het was hier, bij een rots met de naam Pérékop (er bestaat ook een gelijknamig hotel in Berdorf) dat 35 jaar geleden het motorvirus bij mij de kop opstak en het zou nooit meer weggaan. Op wandelvakantie met mijn ouders beklommen we de Pérékop rots toen een groep motorrijders uit Herzele met veel kabaal kwam aanrijden. Eén van de stoere mannen reed op een oranje/zilveren BMW R90S en ik mocht zowaar eventjes op de machine zitten en aan het rechter handvat draaien. Als ik er aan terugdenk krijg ik er weer kippenvel van, net zoals ik tijdens de rit doorheen de kloof ook weer kippenvel krijg. Niet alleen van de emoties, maar net zo goed van de koude want het regent ondertussen opnieuw als we even later het stemmige centrumpje van Echternach doorkruisen. We doen dat trouwens op een normale manier en niet zoals in de bekende processie van Echternach waarbij elke drie stappen voorwaarts gevolgd worden door twee stappen achteruit. In Echternach zijn we 225 kilometer ver met de route en liggen ook alle vierduizend hoogtemeters achter ons, vanaf hier duiken we immers opnieuw richting Moezelvallei en vanaf Wasserbillig volgen we de meanderende rivier zuidwaarts. In de gietende regen rijden we de laatste dertig kilometer tot Stadtbredimus met aan de ene kant de Moezel en aan de andere kant van de weg de talrijke degustatiehuizen die de wijnbouwers hier runnen. Drinken en motorrijden is uiteraard geen top idee, maar niks belet je uiteraard om in de zijkoffers van je motor een paar flesjes witte mee naar huis te nemen. Op die manier kan je de luxe van Luxemburg thuis nog een keer beleven…

 

Met dank aan Luxembourg for Tourism. Alle info op www.visitluxembourg.com

 

Je vindt de GPS-bestanden voor deze Roadbookrit terug in onze Roadbook-sectie.

Facebook comments