Reportage: Dirt Quake VI op een Harley-Davidson Street Rod 750

“Je eerste keer dirttracken dus? Op een Harley? Een zevenenhalf, zeg je…” Het gezicht van de getattoeëerde spierbundel die in ééndelig racepak voor me staat, vertrekt van een bedenkelijke frons naar een tranerige proestbui. “Good luck, ol’ chap!” Dat begint hier al goed. Was ’t een graad of 20 kouder geweest, dan vielen mijn knikkende knieën niet zo uit de toon, maar de zomerzon bakt de modderlaag op mijn endurohelm meteen aan terwijl het hek richting arena open gaat – geen excuus meer mogelijk. Bloednerveus ben ik, als ik mijn speciaal geprepareerde Harley-Davidson Street Rod 750 richting sintelbaan manoeuvreer en ‘m met een lichte draai om z’n oor al tot een uitbrekend achterwiel verleid… Welkom op Dirt Quake VI!

 

Tekst: Jelle Verstaen

Foto’s: Harley-Davidson

 

Flashback naar vrijdagavond. We zijn op uitnodiging van Harley-Davidson in de door industrie vergrijsde en door de Great Oulde in tweeën gekliefde arbeidersstad King’s Lynn aangekomen. Een Britse stad die vooral bekend staat om z’n grote populatie aan Vicky Pollard-loolalikes en z’n Adrian Flux Arena – strijdtoneel voor elke gladiator die wel een motorblok tussen de benen verdraagt. Hebben ze geen raceharnas om de lenden, dan hebben ze minstens geholpen om het huis van de lokale tattoeëerder af te betalen. Letterlijk elke vrouw, man en hond is hier van boven tot onder in de inkt gedompeld, wat het Dirt Quake gebeuren een extra laagje punk bezorgt. Alsof het evenement dat nog nodig had. Sinds 2012 is Dirt Quake immers het alternatieve motorspektakel bij uitstek voor motorgekken, dirttrackers, grease monkeys, custombouwers, snelheidsadepten en losgeslagen pantoffelhelden die op dik 200 kilometer ten noordoosten van Londen het liefst van al converseren in motorgerelateerde onomatopeeën. “Vroaap”, “Brâââp” en “Iiiiiiii”, universele taal van de enige liefde die er echt toe doet. Zie Dirt Quake vooral als een incarnatie van de Wacky Races op een ovaal kleicircuit: kolkende adrenaline gegarandeerd, maar dan zonder al het geleuter, de regeltjes en vooral de kosten die normaal gezien bij de racerij horen. Geen loze bewering, want helden als Guy Martin, Gary Johnson en Carl Fogarty racen er gewoon tussen u en mij in. Geen sterallures, gewoon knallen voor het vaderland. De Olympische gedachte – deelnemen is belangrijker dan winnen – mag er dan wel gepredikt worden, eenmaal de groene lamp aanfloept wordt er gewoon loeihard gereden, op het scherp van de snee. Doe daar nadien nog enkele concerten, enkele duizenden toeschouwers en de nodige biertjes bij en u weet dat ’t sfeertje wel goed zit. Het underground-gehalte van Dirt Quake krijgt in 2017 voor ’t eerst wel een deukje, aangezien het evenement ook integraal uitgezonden zal worden op een betaalzender. Zo gaat ’t nogal vaak met alternatieve festivals die uit hun voegen barsten, helaas. Al kan dat de pret uiteraard niet bederven. Go hard, turn left!

 

Paardenstaart

Aangezien de eerste journalisten pas zaterdag voor ’t eerst moeten aantreden, gaan we op vrijdagavond al even kijken naar de eerste races. “De concurrentie inschatten”, meesmuilen we groentjes. Tot we onze billen op een zitje in de Flux Arena parkeren, dan toch. Dit gaat loei- maar dan ook echt loeihard. dB-meters waren hier vermoedelijk ontploft (geen regels, weet u nog), maar ook de snelheid is onwaarschijnlijk. Nagelbijtend kijk ik naar de racer die op vrijdagavond voorop rijdt in de DTRA-klasse, het segment net onder de pro’s. Van start tot finish sleurt de kleine jockey het deelnemersveld op een lint tot de achtervolgende sliert moet lossen. Pas als de in een groen pakje met fluoroze accenten geklede spurter een derde keer passeert, merk ik diens op en neer dansende paardenstaart op. Het zal toch geen… “Yep, that’s my girl”, grijnst haar vader me bevestigend toe. Dochterlief Sky (15!) rijdt het hele peloton op minstens een halve ronde en tikt het achterwiel van de rode lantaarn nog even aan voor ze de geblokte vlag doet wapperen. Wanneer ze haar helm afneemt, vraag ik haar meteen om wat tips. “Start gewoon in z’n twee, dan vermijd je dat je doorslipt”, vertelt Sky. “Daarna de buitenkant kiezen, laat insturen door je achterrem dicht te knallen en ongeveer halverwege weer vol op ’t gas gaan. Probeer op die manier zo lang mogelijke rechte stroken te rijden. That’s it!” Komt – euh – voor de bakker!

 

Licht aan, licht uit

Een slapeloze nacht later is het mijn beurt. Terwijl we in de pits wachten op onze beurt, twijfel ik of het nu die burrelende V-Twin onder me, dan wel de gierende adrenaline is die mijn handen onophoudelijk doet trillen. Wanneer het hek richting arena open gaat, weet ik dat er geen enkel excuus nog mogelijk is. Een blik naar rechts verraadt behalve elf even nerveuze concurrenten ook een tribune vol halfdronken, joelende dirttrack-liefhebbers. Focus op de motor, Verstaen! Ik trek de koppeling in en tik de bak in z’n twee – met dank aan Sky. De metalen klomp om mijn linkervoet moet ervoor zorgen dat ik straks geen tenen breek als ik de Harley onder hellingshoek door de bocht stuur, maar doet mijn ene been momenteel vooral wegschuiven op de kletsnatte sintelbaan. Geen pitspoezen hier aan de startgrid, wel een aardig gelardeerde raceleider met een gelige film alcohol over z’n bijters gedrapeerd. Terwijl we onze plaats zoeken aan de lijn duwen zijn flapperende spekarmen een bordje met ‘WAIT’ hoog boven z’n kalende kruin uit, terwijl hij naar het midden van de baan strompelt. Ik zie de hoofden van mijn concurrenten door hun schouders zakken, ellebogen opwaarts gericht, zich schrap zettend voor het startsein. Nog even en dan…

Ik trek de Street Rod onder mijn leenhuid hoog in de toeren, laat het koppelingshendel licht vieren en voel hoe de achtklepper er vandoor wil. De groene lamp floept aan, het licht in de bovenkamer gaat uit en ik knal midden in het twaalfkoppige peloton luid brullend en in een dikke stofwolk gehuld richting de eerste bocht. Waanzin! Met de nodige moeite ontwijk ik een kerel op zijn Sportster die bij de start een verkeerde versnelling gekozen heeft, duw de 750 met knikkende knieeën door de eerste linker en hoop dat ik de krappe lijn kan blijven aanhouden – concullega ‘Slick’ Rik rijdt namelijk op enkele centimeters van mijn rechterelleboog, dus een uitschuiver zou ons allebei richting boarding lanceren. Ik kom er net voorbij, ga vol op het gas en zie hoe de geslagenen nakauwen op de natte klei die mijn achterwiel richting hun helm katapulteert. Door iets later vol op de achterrem te gaan, rem ik er nog eentje uit op de eerste lange rechte strook, waarna ik gedurende de resterende drieënhalve ronden blijf proberen om het gat met de kopgroep van zes te dichten. Helaas is mijn achterstand inmiddels te groot, en veel rek zit er eerlijk gezegd niet meer op mijn schabouwelijke rondetijden. Na het nodige ellebogenwerk bol ik in beide heats ver buiten het bereik van het podium over de meet: één keer zevende, één keer negende. Maar wel rechtop gebleven! Always look on the bright side… U kent het riedeltje wel. Om de finale van de Harley-Davidsoncup te halen had ik bij de beste zes moeten eindigen, maar dat zit er dus niet in. Geen probleem, want kijken is hier minstens even leuk als het rijden zelf. Dirt Quake, u was fantastisch! I’ll be back…

 

 

 

 

 

 

Facebook comments