M&T Lezersreis Lake District & Wales

Het gepalaver over de Brexit heeft het afgelopen jaar de media gedomineerd en het zal de komende twee jaar niet anders worden. De grijze kop van de halfslachtige Theresa May zal nog al te vaak onze kranten sieren en daar wordt niemand vrolijk van. Toch heeft de onbegrijpelijke poppenkast die figuren als Boris Johnson en Nigel Farage opvoerden in de lente van 2016 ook een positieve kant. De Pond is volledig gekelderd, en daar kan je als toerist van het vastenland enkel blij om zijn. Het Verenigd Koninkrijk is voor het eerst in lange tijd een goedkope bestemming geworden. Allen daarheen dus, en dat lieten ruim twintig van onze lezers zich geen twee keer zeggen.

Tekst en foto’s: Tom Vander Sande

*Pieter Konijn is de Nederlandse vertaling van Peter Rabbit, een schattig personage uit de boeken van de Engelse schrijfster Beatrix Potter. Zij was in eerste instantie natuurwetenschapster, maar haar hobby als illustratrice en schrijfster resulteerde begin de jaren 1900 in een reeks kinderboeken gewijd aan het reilen en zeilen binnen het huishouden van het lief klein konijntje Peter Rabbit. Deze boeken zijn ondertussen over de hele wereld vertaald en worden nog steeds in nieuwe uitgaves uitgebracht. Daarnaast bestaan er op Peter Rabbit gebaseerde films, televisieseries en tekenfilms.

De eigenzinnige aard van de Engelsen wordt meestal toegedicht aan het feit dat ze op een eiland vertoeven. Als motorrijder heeft dat de consequentie dat je op één of andere manier dat zilte sop over moet. Aanvankelijk zouden we inschepen in Zeebrugge met als doel Hull, maar P&O liet een dikke week voor vertrek doodleuk weten dat de overvaart op 27 mei afgelast was en dat we een andere dag moesten inschepen. Met alle hotels voor een grote groep geboekt, is dat natuurlijk geen optie, en na het maken van de nodige stampei slaagde de organisatie er gelukkig in om iedereen om te boeken naar een overvaart vanuit Rotterdam. We wonnen zo zelfs nog een halfuurtje, al was het voor de West-Vlamingen in het gezelschap een stukje verder bollen over de Vlaamse snelwegen. Die kilometers worden echter snel doorgespoeld in een van de vele bars aan boord. Ik merk ook meteen dat nogal wat medereizigers elkaar nog kennen van vorige (M&T) uitstappen, maar gelukkig worden nieuwkomers zoals ondergetekende snel in de groep opgenomen. Al na een kwartiertje komen de grote verhalen al boven, om pas een goede week later terug opgeborgen te worden in het persoonlijke tweewielerlogboek dat elke motard met zich meedraagt. Ik zal tijdens de volgende zeven dagen ontdekken dat dit bonte gezelschap al heel wat kilometers onder de riem heeft en niet te beroerd is om zowel de heldendaden als de onvermijdelijke oeps-momenten te delen. Die motorervaring komt ook goed van pas, want het is geen reis voor doetjes, met gemiddeld zo’n 350 kilometer per dag over krappe en soms bangelijk steile wegeltjes. Zeker de duozitters die hun partner vergezellen verdienen alle lof.

Charme van verdwalen

Na de plichtplegingen bij de douane in het gezelschap van letterlijk honderden motoren - waarvan de meesten duidelijk op weg zijn naar de TT op het eiland Man -, blazen we voor een eerste keer verzamelen met alle tweewielers. Reisleider Dennis deelt nog een paar praktische tips uit en in kleine groepjes zet iedereen zich in beweging. Alle deelnemers kregen de routes vooraf toegestuurd en bijna iedereen rijdt op GPS. De enkelingen zonder digitale reisbegeleider volgen gewoon een collega die er wel één heeft. Feilloos werken die dingen echter nog steeds niet, en ook de gebruikers durven nog wel eens missen. Bij het derde ronde punt net buiten de haven van Hull, dat iedereen nog behoedzaam in tegendraadse richting oprijdt, gaat een deel van de groep al de mist in en rijdt een afrit te vroeg de snelweg op. “Ach, ze raken wel terecht,” denken een aantal anderen collectief en volgen mij op het juiste traject. Die gedachte zal de komende dagen nog vaak de kop opsteken, maar in grote groep heeft het geen zin om iedereen te gidsen en verdwalen heeft ook zijn charmes. Het beste bewijs is dat niemand ooit het avondmaal miste door al te grote omzwervingen, al was het af en toe wel nipt.

Vijftig tinten groen

Het links rijden schrikt menig motard en automobilist af, maar eigenlijk went dat verbazingwekkend snel. Na een uurtje oplettend cruisen lijkt het de normaalste zaak van de wereld. En gelukkig is dat ook net de tijd die nodig is om uit de drukte tussen Hull en York te geraken. Vanaf Harrogate krijgen we waar we voor gekomen zijn: groen, heuvels, schapen, kronkelbaantjes met af en toe wat kiezel, veeroosters, holle wegen met dicht, overkappend gebladerte, hagen en kilometers lage stenen muurtjes die de velden omzomen. Dat is in een notendop wat we voorgeschoteld krijgen tijdens deze trip. Maar gelukkig zijn er net als bij grijs minstens vijftig tinten groen en het bucolische landschap gaat nooit vervelen en ziet er na elke bocht net ietsjes anders uit.

Het Yorkshire Dales National Park is de eerste echte opmaat voor wat komen gaat. Het moment dat in dat park het achterwiel de eerste keer licht schuift op een verraderlijk cattle grid, een metalen rooster in het wegdek dat verhindert dat schepen, koeien of paarden ontsnappen uit hun uitgestrekte weiden, is het feest echt begonnen. Die roosters zijn steevast het signaal dat er een mooi stukje aankomt. In de dalen zit het vee immers in kleine weiden met de typische muurtjes of prikkeldraad, maar op afgelegen plekken met vierkante kilometers mals gras kunnen ze vrij rondlopen. In het zadel op een tweewieler deel je dat gevoel van vrijheid, al moet je natuurlijk wel opletten. Zeker voor de jonge lammetjes die kwansuis hun moeder achterna springen als ze een twee- of drie- of viercilinder horen opduiken. De enkele zescilinder in het gezelschap zien ze al van zo ver afkomen dat ze wel tijdig aan de kant gaan.

Levende muze

Eén van de twee absolute hoogtepunten van deze reis is het Lake District. Een statig pand net buiten Windermere aan de oevers van het gelijknamige meer wordt onze uitvalsbasis voor een intensieve ontdekkingstocht. Het Lake District is ruwweg zo groot als de provincie Limburg en is – what’s in a name – voornamelijk vermaard om zijn vele meren. De eerste ochtend ontdekken we jammer genoeg waar al dat water vandaan komt, maar na enkele uren stevige regen komt de zon er mondjesmaat terug door en openbaart de regio zich in al zijn pracht. Een treffende omschrijving is ‘Schotland in miniatuur’. Het is dan ook geen wonder dat vermaarde dichters uit de Engelse romantiek zoals Wordsworth en Coleridge zich hier terugtrokken om hun beste werken te schrijven. Maar ook pientere verhalen voor de jongsten onder ons zagen hier het levenslicht. Wie kinderen of kleinkinderen heeft, kent zeker de avonturen van Pieter Konijn/Peter Rabbit, een creatie van de tekenares en schrijfster Beatrix Potter die in de streek rond Windermere haar inspiratie vond. Kronkelend langs de oevers van riviertjes die uitmonden in majestueuze meren behoeft het vanuit het zadel niet veel verbeelding om in het dichte struikgewas een wereld te vermoeden waar wilde konijnen en eekhoorns het mooie weer maken. Al blijft dat die dag eerder figuurlijk. Ondanks de dreiging van donkere wolken besluit ik toch voor de optie met de gevreesde Hardknott pass te gaan om de laatste lus van de route te dichten. Reisleider Dennis heeft twee opties voorzien, maar heeft ons wel nieuwsgierig gemaakt door spectaculaire beschrijvingen van de krappe pas die bekendstaat als de steilste weg van Engeland, met percentages tot 33 procent. In twee hairpins is het inderdaad goed bij de les blijven, maar het soepele koppel van de Z1000SX loodst me veilig naar de 400 meter hoge top. Met één van die zescilinders en passagier zou het waarschijnlijk andere koek zijn. Al vormt het desolate, maar intrigerende in mist gehulde decor zeker een reden om het te proberen.

Weekendwerk

Jammer genoeg is onze tijd in dit liefelijke oord beperkt, maar er staat nog veel lekkers op het programma. We kiezen voor een snelle stint door het hart van het oude industriële Engeland, belichaamd door steden als Preston, Liverpool en Manchester. Die namen doen het hart van voetbalfans misschien jubelen, maar natuur- en cultuurliefhebbers worden er niet wild van. Motards evenmin. Gelukkig duiken even voorbij Chester al de toppen van Snowdonia op. Als op hetzelfde moment de vele markeringen ‘SLOW’ geschilderd op het asfalt gezelschap krijgen van de Welshe vertaling ‘ARAF’, is het duidelijk dat we de regio met de meest onuitspreekbare plaatsnamen ter wereld betreden. Snowdonia wordt twee dagen onze speeltuin. Meer dan tweeduizend vierkante kilometer heuvelachtig natuurschoon strekt zich uit rond de naamgever van dit park, Mount Snowdon, een piek van net iets meer dan duizend meter. Dit zijn de Welshe Ardennen, maar dan een maatje groter en veel schaarser bevolkt. Tenzij je schapen als bevolking telt, want ook hier dartelen de bollen wol met miljoenen door de hoogvlaktes. In vergelijking met het liefelijke Lake District oogt Snowdonia een pak ruwer en kaler, maar dat heeft zeker zijn charmes. Zo zijn de wegen op sommige plaatsen hier ook wat ruimer dan in het immer kronkelende Lake District. Dat merk ik bijvoorbeeld als ik zin heb in een eindsprintje richting hotel op dinsdag. Net ten zuiden van Betws-Y-Coed heb ik aan een charmant bruggetje een half uurtje zitten wachten op een moment om een foto van een aantal reisgezellen te maken, maar blijkbaar had iedereen net op dat moment besloten een glas te drinken of een ommetje te maken. Wat tijd inhalen leek dan ook een goed idee, en ik hoorde de frisse pint in het hotel al roepen. De A470 en verder door de A4212 richting Bala lenen zich perfect tot wat sportief motorplezier. Zestig kilometer natuurlijk racetrack met heerlijk asfalt en bochten met de juiste banking, zonder verkeerslichten en slechts een handvol zijstraten gaan in een halfuurtje achter de kiezen. Die middag had een krasse, lokale motard op een oude Bandit mij aan een foodtruck immers toevertrouwd dat de pakkemannen hier enkel in het weekend aan de slag gaan. De man zag er met zijn vier nog resterende tanden doodeerlijk uit.

Duivelse Brug

De natuurpracht en de heerlijke wegen vormen in Snowdonia de grootste troef, maar daarnaast zijn er ook heel wat typisch Welshe bezienswaardigheden. Ons hotel in Bala - The White Lion Royal Hotel - is daar een mooi voorbeeld van. Naast een typische naam heeft het ook de archetypische looks van een statig hotel uit de regio. Grote gulden letters sieren een witte gevel afgewerkt met zwart houtwerk. Je waant je zo terug in de jaren zeventienhonderd. En in dit uitzonderlijke geval is het geen vergane glorie. Veel van de oude gebouwen zien er immers prachtig uit langs de buitenzijde, maar binnen is het vaak doffe ellende met piepkleine kamertjes en overal vergaan, stoffig tapijt. Niet zo in deze Witte Leeuw, want de kamers zijn ruim en helemaal bij de tijd. Vertrekken doen we dus al vanop een plek met geschiedenis, maar later op de dag rijden we bijvoorbeeld nog langs het stoere Harlech Castle, strategisch gebouwd met uitzicht over de Ierse zee, de pittoreske houten brug bij Penmaenpool en de vermaarde Devil’s Bridge Falls, spectaculaire watervallen bij een imposante brug die volgens de lokale legende door de Duivel werd gebouwd. Hij wou daarvoor naar verluidt in ruil de ziel van het eerste levende wezen dat de brug overstak. Een oud vrouwtje lokte daarop haar hond over het bouwwerk en de duivel kon op zijn kin kloppen. Ik laat de Duivel snel de Duivel, want de eindmeet ligt vandaag op een heerlijke locatie, de zonovergoten zeedijk van Aberystwyth. Herlees dat nog maar eens rustig, ik had gewaarschuwd voor die plaatsnamen. Het stadje lijkt wel Brighton in het klein, met een knappe pier op hoge stelten en fraaie veelkleurige gevels die uitkijken over zee. Ons Marine Hotel bestaat uit een amalgaam van die gebouwen. De Belgische kust kan hier echt nog wat van leren.

Rode lap

Het Brecon Beacons National Park is het laatste grote park dat we echt grondig verkennen. Het is minder bekend dan zijn broertjes van de vorige dagen, maar het is zonder meer prachtig. Het gezapig glooiende landschap bestaat vooral uit veengebied en heide waarop natuurlijk schapen, maar ook talloze bergpony’s grazen. We moeten zelfs even wijselijk halt houden voor een gigantische stier, met grote neusring, die onverstoorbaar een weg blokkeert. Niemand van de motorrijders overweegt te naderen en uiteindelijk moet een stevige jeep de herkauwende reus behoedzaam aanmanen een paar stappen richting berm te zetten. Een metgezel met opvallend rood motorpak zit ondertussen ongemakkelijk over z’n zadel te schuifelen. Als het probleem letterlijk van de baan is, kan het gas terug open naar onze laatste pleisterplaats op Welsh grondgebied. Reisleider Dennis heeft zoals dat hoort ook ‘the best’ voor het laatste ‘gesaved’. The Angel Hotel in Abergavenny is een echt pareltje en de brigade chefs bewijst dat ze in Wales toch ook een aardig potje kunnen koken. Want het cliché blijft helaas wel grotendeels gelden: naar het Verenigd Koninkrijk moet je niet gaan als gastronomisch genieten jouw eerste vereiste is op reis.

Met het kruisen van het brede estuarium van de Severn laten we Wales definitief achter ons en rijden terug Engeland in. Spijtig genoeg hebben we op onze strakke tocht richting Dover weinig respijt om pareltjes als Bath en Salisbury te bezoeken, maar je moet altijd iets overhouden om nog eens terug te komen natuurlijk. Bovendien is het Zuiden van Engeland absoluut een aparte reis waard. De wegen zijn er misschien minder spectaculair, maar dat wordt zeker goedgemaakt door het culturele erfgoed. Sommigen maken wel tijd vrij om Stonehenge van naderbij te bekijken, al moet je dan van de motor en een aardig stukje stappen of de shuttlebus gebruiken. De tijd dat je zomaar vlakbij dit beschermde monument kan parkeren en een boodschap aan je geliefde in de stenen kan kerven is immers gelukkig voorbij. Na die kunstig gestapelde monolieten, vormen de White Cliffs of Dover een allerlaatste hoogtepunt en de korte overvaart naar Calais is het ideale moment om uitgebreid afscheid te nemen van een fijne groep motards. In één beweging worden de fundamenten gelegd en beloftes gemaakt voor een volgende trip. Ik ben alvast niet de enige enthousiaste kandidaat.

Facebook comments