Gebruikersnaam:

Paswoord:




Registreer

Paswoord vergeten?
2013 was het jaar: waarin de Vlaamse motorcross terug naar af ging
Bart Jacobs | 18 dec 2013

Het Vlaamse motorcrosslandschap onderging nog maar eens een verandering in 2013. De versnippering tussen de verschillende federaties en clubs  is opnieuw een feit. Deze verschillende belangen van de federaties blokkeren al jaren heel wat initiatieven en ligt aan de oorsprong van veel ellende.

 

 

 

Geen situatie die schrijnender is in motorland dan de eeuwigdurende heibel tussen de Vlaamse motorcrossfederaties. Na jaren van stabiliteit veranderde het Vlaamse motorcrosslandschap in de jaren ‘2000 tot een onontwarbaar kluwen. Maar de afgelopen jaren kwam er mede door de crisis terug weer wat stabiliteit. In 2013 had je twee machtsblokken: de UMC-VMBB en de FAM.  De VMBB – de Vlaamse tak van de Belgische Motorrijdersbond (BMB) – is door de jaren heen altijd al een begeerlijke partner geweest.  Daarbij ging de VMBB in het afgelopen decennium allianties met zowat alle mogelijke partners aan.  Voor 2013 leek alles in een stroomversnelling te komen. Onder de UMC-koepel werd er voor het eerst een Vlaams Motorcroskampioenschap gehouden. Dat ging in april onder een ongunstig gesternte van start toen de eerste ronde in Vollezele samen viel met de eerste ronde van de Belgian Masters of Moto X in Mons.  Een aantal subtoppers koos voor Vollezele terwijl anderen wel in Mons aantraden. De VMBB schoot zich hierbij recht in de  voet van nationale koppel BMB.

 

 

Deze maand blies de VMBB de samenwerking met de UMC eenzijdig op in een mededeling op z’n site. De federatie haalt verzekeringsperikelen als aanleiding voor de splitsing aan. Tegelijkertijd maakt de VMBB bekend dat de licentietarieven voor 2014 dalen.  Of dat genoeg zal zijn om veel piloten aan zich te binden is nog maar de vraag. De VMBB-heeft zelf maar een elftal wedstrijden op z’n kalender voor 2014 staan maar opereert wat motorcross betreft nog steeds onder de BMB-koepel waardoor de kalender beter gevuld wordt. 

 

 

Prijzenslag

 

Ook de overige federaties maken gewag van een daling van de licentieprijzen. Alle federaties zijn bij AXA verzekerd maar telkens via verschillende makelaars. Omdat die makelaars per licentie een commissie toekennen aan de desbetreffende federatie wordt er op mekaars rijders geaasd. Vreemd genoeg geven de federaties nu toch een deel van hun marge op.  Geloven dat een prijsverschil van € 30 of € 40 op een licentie voldoende zou zijn om een rijder over de streep te trekken,  getuigt eerder van een gebrek aan realiteitszin. De impact van een dergelijk bedrag  op het benodigde  budget om een seizoen lang te crossen is dan ook nihil.

 

 

En dat brengt ons meteen bij het volgende punt.  Zijn de huidige besturen van de motorcrossfederaties niet een beetje wereldvreemd?  Zouden ze in de situatie waar de motorcross in Vlaanderen zich nu in bevindt niet beter de handen in mekaar slaan in plaats van mekaar vliegen af te vangen? Op die manier zouden ze de belangen van hun leden – de rijders voorop – kunnen verdedigen en  ijveren voor meer trainingcircuits.  Circuits waarop nieuwe rijders hun debuut kunnen maken alvorens ze in wedstrijden gaan uitkomen.  Zeker nu de geplande havencircuits op de helling komen te staan, zou het goed zijn dat de federaties één gezamenlijk standpunt  innemen. In andere landen zijn het immers de federaties die regels voor circuits opstellen. Een gezamenlijke bond zou ook z’n graantje van de nieuwe circuits kunnen meepikken door middel van een zgn. trainingslicentie.

 

 

De versnippering van het Vlaamse motorcrosslandschap mag dan al iets opleveren voor een aantal bondsbesturen, toch weegt dat niet op tegen wat ze al gekost heeft aan de motorcross in Vlaanderen. Zo loopt de sport al jaren Bloso-subsidies mis omdat bondsbesturen halsstarrig weigeren te fuseren. Maar naast Bloso-subsidies grijpt de Vlaamse motorcross ook naast sponsoring. Een flink aantal bedrijven weigert in zo’n versnipperd landschap in een bepaalde federatie te investeren.  En dan is er nog de imagoschade. Het eeuwige gekrakeel tussen de federaties heeft er voor gezorgd dat heel wat mensen in de Belgische motorindustrie, motorcross niet eens meer serieus nemen als sport.

 

 

Tot slot is er ook nog de vaststelling dat de motorcrosssector in Vlaanderen steeds in gespreide slagorde wordt vertegenwoordigd door de federaties. Straks hebben we dus drie ipv een officiële standpunten en dat maakt alles een pak moeilijker.   Het spijtige is dat heel wat toeschouwers, piloten en andere belanghebbenden (motorhandelaars, sponsors, …)  zich allang bij deze situatie hebben neergelegd.  De huidige situatie zal op lange termijn onwerkbaar blijken en is dus in feite niet wenselijk.

 

 

Als de bondsbesturen het echt goed voor hebben met de sport doen ze het enige juiste: fuseren. Maar gezien de hardnekkigheid waarmee sommige bestuursleden zich aan hun ‘postje’ vastklampen valt daar voor te vrezen…

 

 

 

 

Foto: Image Globe/Belga